Op 30 december 2025 is de langverwachte ‘Wet diverse bepalingen 2025’ gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze wet brengt belangrijke fiscale hervormingen met zich mee en wijzigt tegelijk diverse regels rond werk en sociale zekerheid.
Fiscale hervormingen
Vastgoedfiscaliteit
De federale interestaftrek wordt afgeschaft vanaf aj. 2026 (ook voor lopende schulden). Het is dan niet meer mogelijk om interesten die betaald zijn voor schulden voor een ander onroerend goed dan de eigen woning af te trekken van de inkomsten van onroerende goederen (er is een overgangsregeling). Ook de federale vermindering voor bijkomende intresten voor een andere dan de eigen woning (federale woonbonus) en de vermindering voor interesten van groene leningen afgeschaft vanaf aj. 2026.
Flexi-jobs
De belastingvrije som voor niet-gepensioneerden wordt vanaf inkomstenjaar 2025 verhoogd tot 18 000 EUR. Dit gebeurt door te werken met een te indexeren basisbedrag van 8955 EUR, dat elk jaar wordt aangepast aan de index, zodat het belastingvrije bedrag automatisch meestijgt met de levensduurte.
Autofiscaliteit
Er wordt een nieuw fiscaal aftrekbaarheidsschema geïntroduceerd voor hybride voertuigen. Aftrek blijft mogelijk tot 75 % voor hybride voertuigen gekocht, geleased of gehuurd tot eind 2027 en wordt dan degressief voor hybride voertuigen gekocht, geleased of gehuurd tot in 2029. Daarnaast is de aftrekformule vereenvoudigd: de brandstofkosten voor plug-inhybrides die gekocht, gehuurd of geleased worden vanaf 1 januari 2026 zullen niet meer als beroepskosten aftrekbaar zijn.
Dit nieuwe aftrekregime voor hybride voertuigen is niet van toepassing in de vennootschapsbelasting. Vennootschappen behouden echter de huidige afbouwregeling (75 % in 2025, 50 % in 2026, 25 % in 2027, 0 % vanaf 2028).
Investeringsaftrek
Om de investeringsaftrek interessanter te maken en om investeringen te stimuleren, is de aftrekbeperking bij de aftrek van overgedragen investeringsaftrek geschrapt. Ook het cumulverbod met de gewestelijke staatssteun is geschrapt. Beide wijzigingen zijn van toepassing op activa verkregen of tot stand gebracht vanaf 1 januari 2025.
Verder zijn de tarieven binnen de thematische investeringsaftrek (voor o.a. investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie) geharmoniseerd: voortaan geldt ook voor grote vennootschappen een tarief van 40 %. Deze aanpassing geldt vanaf aanslagjaar 2027.
Onderhoudsuitkeringen
De aftrekbaarheid van onderhoudsuitkeringen wordt afgebouwd van de huidige 80 % naar 70 % voor de onderhoudsuitkeringen die vanaf 1 januari 2025 worden betaald of toegekend (voor zover het belastbare tijdperk eindigt na 30 december 2025), naar 60 % voor de onderhoudsuitkeringen die vanaf 1 januari 2026 worden betaald of toegekend en naar 50 % voor de onderhoudsuitkeringen die vanaf 1 januari 2027 worden betaald of toegekend. Het belastbaar gedeelte van de onderhoudsuitkeringen wordt op dezelfde manier afgebouwd.
Bestaansmiddelen van personen ten laste
Om fiscaal als persoon ten laste te gelden, mag het eigen inkomen van een kind een bepaalde grens niet overschrijden. Voor aanslagjaar 2026 zijn die grenzen op dit moment 4100 EUR voor kinderen van gehuwden of wettelijk samenwonenden; 5930 EUR voor kinderen van alleenstaanden en 7520 EUR voor een kind met een handicap van een alleenstaande. De wetgever verhoogt deze plafonds voor alle kinderen tot 12 000 EUR (geïndexeerd voor 2026; basisbedrag 5265 EUR).
Indexering van fiscale uitgaven
De indexering van een aantal fiscale uitgaven wordt bevroren op de geïndexeerde bedragen die gelden voor aanslagjaar 2025 en dit tot en met aanslagjaar 2030. Het gaat onder meer om de belastingverminderingen voor de verwerving van werkgeversaandelen (artikel 1457 WIB 1992) en voor het pensioensparen (artikel 1458 WIB 1992) en de belastingvermindering voor giften (artikel 14.533 WIB 1992). Deze wijzigingen gelden vanaf aj. 2026.
Belastingkrediet voor eigen middelen
De wetgever wijzigt het belastingkrediet dat ondernemers met een eenmanszaak kunnen krijgen bij verhoging van hun eigen middelen. Zowel het tarief (10 % wordt 20 %) als het maximumbedrag van het belastingkrediet (3750 EUR wordt 7500 EUR) verdubbeld. Deze wijzigingen zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2026.
Vereenvoudiging van de belastingaangifte
Een aantal bestaande fiscale voordelen wordt opgeheven. Zo geldt bijvoorbeeld de vrijstelling van de tussenkomst door de werkgever in de aankoopprijs van een computer (pc-privé) niet langer voor tussenkomsten gedaan vanaf 1 oktober 2025 (vanaf het vierde kwartaal) en wordt het bijkomend forfait voor verre verplaatsingen (artikel 51, vierde lid, WIB 1992) vanaf het aanslagjaar 2026 opgeheven. Ook in de vennootschapsbelasting verdwijnen er voordelen. Denk aan de vrijstelling van meerwaarden op bedrijfsvoertuigen en de vrijstelling voor sociaal passief. Ten slotte verlaagt het percentage van de belastingvermindering voor giften van 45 naar 30 % vanaf aanslagjaar 2026.
Aanslagtermijnen en de onderzoektermijnen WIB 1992
Heel wat aanslagtermijnen worden ingekort. Algemeen geldt nu een termijn van 3 jaar. Hierop gelden uitzonderingen voor bijvoorbeeld complexe aangiften. Daar geldt een termijn van 4 jaar. De verjaringstermijn van de vestiging van de belasting in geval van belastingontduiking wordt verkort van 10 naar 7 jaar. Er wordt een retroactief gevolg aan deze nieuwe termijnen gegeven vanaf aanslagjaar 2023.
Maaltijdcheques
Het maximumbedrag van de werkgeversbijdrage in elektronische maaltijdcheques wordt verhoogd van 6,91 naar 8,91 EUR (wijziging artikel 38/1, § 2, eerste lid, 5° WIB 1992). Dat brengt de maaltijdcheque op 10 EUR netto. Het bedrag van de als beroepskosten aftrekbare tussenkomst van de werkgever wordt bovendien verdubbeld van 2 naar 4 EUR wanneer de tussenkomst van de werkgever dit nieuwe maximumbedrag bereikt (aanpassing art. 53, 14° WIB 1992). Als de werkgever een tussenkomst toekent die lager is dan het hierboven vermelde maximum, blijft de fiscaal aftrekbare kostprijs maximum 2 EUR per maaltijdcheque. De wijzigingen treden in werking op 31 december 2025 en zijn van toepassing op de elektronische maaltijdcheques die worden toegekend vanaf 1 januari 2026.
Werk, sociale zekerheid en pensioenen
Studentenarbeid
De voorwaarden voor studentenarbeid versoepelen. De Arbeidswet voorziet voortaan dat elke minderjarige vanaf 15 jaar studentenarbeid kan verrichten, ongeacht of hij/zij nog voltijds leerplichtig is. De regeling moet wel nog verder worden uitgewerkt. De wet diverse bepalingen stelt wel al een reeks bijkomende voorwaarden vast. Zo zullen de 15-jarigen alleen ‘lichte arbeid’ mogen uitvoeren. Bovendien gelden er strikte beperkingen op de arbeidsduur en is overwerk en nachtarbeid verboden. Inbreuken zullen bestraft worden met een sanctie van niveau 2 van het Sociaal Strafwetboek.
Startbaanverplichting
Op 1 januari 2026 wordt de startbaanverplichting opgeheven.
Pensioenbonus
Het federale regeerakkoord 2025-2029 vervangt de huidige pensioenbonus voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen door een nieuwe bonus. Bij deze nieuwe bonus stijgt het pensioenbedrag voor elk jaar dat iemand langer werkt na de wettelijke pensioenleeftijd. De opbouw van de bestaande pensioenbonus wordt daarom stopgezet. De wijzigingen treden (grotendeels) in werking op 1 januari 2026.
Solidariteitsbijdrage
De wet diverse bepalingen voorziet in een vereenvoudiging van de bronheffing van de solidariteitsbijdrage op aanvullende pensioenen betaald in de vorm van een kapitaal. Deze maatregel treedt in werking op 1 januari 2026. Voor elk aanvullend pensioen in de vorm van een kapitaal waarvan de betaling verschuldigd is vanaf deze datum zal een bronheffing verschuldigd zijn van 2%.
In uitvoering van de begrotingsnotificaties 2025-2029 wordt, boven op de eerste schijf, een bijkomende solidariteitsbijdrage van 2% toegepast op de aanvullende pensioenen. Deze verhoging zal enkel van toepassing zijn op het deel van de aanvullende pensioenen boven de drempel van 150 000 euro en enkel op de betalingen die verschuldigd zijn vanaf 1 juli 2027.
