Wanneer je jouw zelfstandige activiteit beëindigt rijst de vraag wat er btw-technisch gebeurt met de goederen die je eventueel onder je houdt. De btw regels verschillen hierbij per situatie. Wat zijn de belangrijkste principes?
Er is sprake van een overdracht van een algemeenheid
Als er sprake is van een overdracht van een algemeenheid, wat bijvoorbeeld het geval is als je jouw éénmanszaak verderzet onder een vennootschapsvorm, dan geldt een bijzondere vrijstelling. In dat geval zal je dus geen btw verschuldigd zijn wat de overgang administratief en fiscaal eenvoudiger maakt.
Stopzetting zonder overdracht: voorraden en bedrijfsmiddelen
Zet je jouw onderneming stop zonder dat er sprake is van een overdracht van een algemeenheid van goederen, bijvoorbeeld omdat je op pensioen gaat, dan zal je eventueel wel btw moeten afdragen. Hierbij moet je een onderscheid maken tussen de voorraadgoederen en de bedrijfsmiddelen (de goederen die gebruikt worden voor de werking van de onderneming). In beide gevallen zal er immers sprake zijn van een belastbare onttrekking, die onderhevig is aan de btw.
Bij voorraadgoederen zal je btw verschuldigd zijn over de restwaarde van de goederen. Bij de bedrijfsmiddelen moet je rekening houden met de eventuele resterende herzieningstermijn. Dit wil zeggen dat je voor ieder jaar van de herzieningstermijn die niet verstreken is tot correctie van de initieel afgetrokken btw zal moeten overgaan. De herzieningstermijnen bedragen vijf jaar voor roerende goederen en 15 jaar voor onroerende goederen.
Wat moet je onthouden:
Je moet weten dat je bij de stopzetting van uw éénmanszaak eventueel nog btw verschuldigd kan zijn op de goederen die je onder je houdt. Dit is met name het geval voor de voorraadgoederen waarvoor u een recht op aftrek genoot en de bedrijfsmiddelen die nog aan herziening onderworpen zijn.
