Voor tal van ondernemingen is stilzwijgende verlenging een gebruikelijk contractueel mechanisme. Bij gebrek aan opzegging binnen de voorziene termijn wordt het contract automatisch voortgezet. Vanaf 1 mei 2027 gaat dit mechanisme gepaard met een aanpassing wanneer de medecontractant een consument is.
De wet van 20 april 2026 houdende diverse bepalingen inzake economie wijzigt artikel VI.91 van het Wetboek van economisch recht. Het doel is om de onderneming te verplichten niet alleen bij de sluiting van het contract in te grijpen, maar eveneens naarmate de vervaldag nadert. Dit om de consument in staat te stellen met kennis van zaken te beslissen of hij de contractuele relatie al dan niet wenst voort te zetten.
De nieuwe regeling heeft betrekking op dienstencontracten die zijn gesloten voor een bepaalde duur van meer dan één maand tussen een onderneming en een consument, wanneer deze voorzien in een stilzwijgende verlenging. Ze geldt eveneens voor contracten die betrekking hebben op zowel goederen als diensten, maar sluit contracten uit waarvan de duur niet langer is dan één maand.
Vóór de verlenging zal de onderneming de consument ervan op de hoogte moeten brengen dat zijn contract automatisch zal worden verlengd en hem eraan moeten herinneren dat hij zich daartegen kan verzetten. Deze informatie zal uiterlijk vijftien dagen voor het verstrijken van de termijn waarover hij beschikt om de verlenging te weigeren, moeten worden toegezonden. Ze moet helder, begrijpelijk en ondubbelzinnig zijn.
Verplichting die een aanvulling vormt op de bestaande regels
De nieuwe formaliteit vervangt de verplichtingen die van toepassing zijn bij het sluiten van het contract niet. Het beding van stilzwijgende verlenging moet nog steeds specifiek worden meegegeven, met name vetgedrukt, in een afzonderlijk kader, op de voorzijde van de eerste pagina en moet de gevolgen van de verlenging vermelden evenals de modaliteiten waarmee de consument zich daartegen kan verzetten.
De hervorming voegt dus een tweede stap toe. De onderneming zal eveneens moeten optreden naarmate de vervaldag nadert.
Organisatorische uitdaging
De betrokken ondernemingen zullen de contracten die aan deze verplichting zijn onderworpen, moeten identificeren en voor elk contract de datum van verzending van de informatie moeten berekenen. Een gestructureerde opvolging van de contractuele vervaldagen zal bijgevolg onontbeerlijk zijn. Het zal ook zaak zijn om het communicatiekanaal te bepalen, erop toe te zien dat dit een duurzame drager vormt en het bewijs van de overgemaakte informatie te bewaren.
Deze verplichting kan betrekking hebben op uiteenlopende sectoren, in het bijzonder abonnementen, bepaalde verzekeringscontracten en bepaalde dienstenprestaties die met particulieren worden gesloten.
Anticiperen vóór mei 2027
De nieuwe regeling treedt in werking op 1 mei 2027. Ondernemingen beschikken dan ook nog over een termijn om hun contracten aan te passen, de bedingen van stilzwijgende verlenging te herbekijken en hun naleving te verifiëren, ook om hun interne procedures en hun opvolging van vervaldagen aan te passen.
