Wanneer een vergunde activiteit door een andere exploitant wordt voortgezet, rijst de vraag of de bestaande omgevingsvergunningen voor deze activiteiten kunnen worden behouden, dan wel of de aanvraag van een nieuwe vergunning door de nieuwe exploitant noodzakelijk is. Een veelvoorkomend voorbeeld is de zelfstandige die zijn handelszaak eerst als natuurlijke persoon uitbaat (eenmanszaak) en deze activiteit later inbrengt in een vennootschap. Hieronder lichten wij de regelgeving in Vlaanderen toe bij de overdracht van de omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen, voor het exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit (de vroegere milieuvergunning) en voor het exploiteren van een kleinhandelsactiviteit met een oppervlakte van meer dan 400 m2.
De omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen heeft een zakelijk karakter: zij is verbonden aan het perceel en niet aan de persoon van de vergunninghouder. Bij een wijziging van exploitant of eigenaar hoeft daarvoor dus geen nieuwe omgevingsvergunning te worden aangevraagd.
Voor een vergunning voor het exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit geldt een gelijkaardige regeling. Ook deze vergunning kan behouden blijven wanneer een nieuwe exploitant de exploitatie overneemt. De nieuwe exploitant moet de overdracht wel vooraf melden aan de bevoegde overheid. Zolang de uitgeoefende activiteiten ongewijzigd blijven, is geen nieuwe omgevingsvergunning vereist.
Ook de omgevingsvergunning voor de uitbating van een kleinhandelsactiviteit met een nettohandelsoppervlakte van meer dan 400 m² kan worden overgenomen. Ook hier is wel een voorafgaande melding van de exploitantenwissel vereist.
Te onthouden:Een omgevingsvergunning kan worden overgedragen aan een nieuwe exploitant, op voorwaarde dat enkel de exploitant wijzigt en de wettelijke meldingsplicht wordt nageleefd. Worden tegelijk de activiteiten of de vergunde toestand gewijzigd, dan kan wel een nieuwe of gewijzigde omgevingsvergunning noodzakelijk zijn. |
