Het Grondwettelijk Hof heeft een arrest geveld over de hervorming die werkloosheidsuitkeringen beperkt tot twee jaar. Door het verzoek tot schorsing van verschillende vakbonden en sociale organisaties te verwerpen, bevestigt het Hof de onmiddellijke toepassing van deze wettelijke maatregel, wat een structurele evolutie betekent voor de Belgische arbeidsmarkt.
1. De juridische motivering van het Hof
In de motivering van het arrest heeft het Hof zich nog niet uitgesproken over de grond van de zaak (de grondwettelijkheid van de maatregel), maar wel over de hoogdringendheid. De rechters oordeelden dat de verzoekende partijen niet het bewijs hebben geleverd van "ernstige en onherstelbare schade" die een onmiddellijke schorsing van de wet zou rechtvaardigen voordat een definitieve beslissing is genomen. Volgens het Hof zorgen de overgangsregelingen en het vangnet van de OCMW's er in dit stadium voor dat een absolute noodsituatie voor de uitgeslotenen wordt vermeden.
2. Kernpunten van de hervorming
De wetgeving die op 1 januari 2026 van kracht werd, voorziet in:
- Een limiet van 24 maanden voor volledige werkloosheid (12 maanden basis + 12 maanden op basis van het beroepsverleden)
- Een limiet van 12 maanden voor uitkeringen
- Een progressieve kalender: na een eerste golf van uitsluitingen begin januari, zullen nieuwe groepen werkzoekenden hun rechten verliezen in maart en april 2026
3. Kader voor toepassing en overgang
De beslissing van het Hof zorgt ervoor dat de operationele kalender behouden blijft. Sinds 1 januari 2026 is de omschakeling naar het beperkte stelsel effectief. De overgangsmechanismen van de Arizona-regering blijven van kracht, wat garandeert dat de overdracht van verantwoordelijkheid naar de sociale bijstand (OCMW) gecoördineerd verloopt.
4. Juridische perspectieven op middellange termijn
Hoewel de schorsing is afgewezen, loopt de procedure ten gronde door. Het Hof zal de komende maanden het beroep tot nietigverklaring onderzoeken. Dit debat zal gaan over de overeenstemming van de wet met het recht op sociale zekerheid en de menselijke waardigheid (artikel 23 van de Grondwet). Voor werkgeversorganisaties zal de uitdaging erin bestaan aan te tonen dat de activering naar werk een hefboom voor sociale integratie is die strookt met de grondwettelijke principes.
