Op 1 juni 2026 verscheen de programmawet van 30 mei 2026 in het Belgisch Staatsblad. Deze wet bevat een groot aantal fiscale, sociale en financiële maatregelen die voortvloeien uit het begrotingsakkoord van de regering-De Wever. Verschillende wijzigingen hebben een directe impact op zelfstandigen, vennootschappen en werkgevers.
Hieronder geven wij een overzicht van de belangrijkste aandachtspunten:
1. De centenindex: tijdelijke beperking van de loonindexering
Een van de meest opvallende maatregelen is de tijdelijke beperking van de automatische loonindexering voor werknemers met een loon boven 4.000 euro bruto per maand. Voor het gedeelte boven deze grens wordt gedurende twee indexeringsperiodes geen indexaanpassing toegepast.
Voor werkgevers wordt daarnaast een bijzondere loonmatigingsbijdrage ingevoerd. Hierdoor wordt een deel van het voordeel dat voortvloeit uit de loonmatiging opnieuw afgeroomd via de sociale zekerheid.
2. VVPRbis en liquidatiereserves
Ook de fiscaliteit van dividenden wordt aangepast. Het verlaagde VVPRbis-tarief stijgt van 15% naar 18% voor uitkeringen na een wachtperiode van 3 jaar die vanaf 1 juli 2026 worden uitgekeerd.
Daarnaast wijzigt de regeling voor liquidatiereserves. Voor reserves die worden aangelegd voor boekjaren die eindigen op 31 december 2025, geldt na een wachtperiode van 3 jaar een tarief van 9,8% (in plaats van 6,5%). Hierdoor komt de totale belastingdruk i-nclusief de initiële heffing van 10% bij de aanleg- eveneens uit op 18%. Dit nieuwe tarief is van toepassing op dividenden die worden betaald of toegekend vanaf 1 juni 2026.
De wetgever voert bovendien een aantal antimisbruikbepalingen in om specifieke misbruiken binnen deze stelsels gericht aan te pakken.
3. Beperking van de auteursrechtenregeling
De regeling rond de auteursrechten wordt flink aangescherpt: de forfaitaire kostenaftrek wordt voortaan beperkt tot personen met een geldig kunstwerkattest. Voor veel vrije en creatieve beroepen die de afgelopen jaren gebruikmaakten van deze gunstige fiscaliteit, verdwijnt hiermee een aanzienlijk financieel voordeel.
Er is echter ook een lichtpunt voor de tech-sector. Hoewel de wetgeving nog niet officieel is goedgekeurd, wordt er dit jaar een uitbreiding van het regime verwacht die specifiek bedoeld is om zelfstandigen in de IT-sector opnieuw toegang te geven tot dit fiscaal gunstige kader.
4. Hervorming van RSZ-verminderingen en fiscale voordelen
De programmawet voert verschillende wijzigingen door die werkgevers rechtstreeks in de portemonnee raken. Zo worden de vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing vanaf 2027 gedeeltelijk afgebouwd, onder meer door de invoering van een correctiefactor. Daarnaast verdwijnen enkele vertrouwde steunmaatregelen volledig: de RSZ-vermindering voor vaste werknemers in de horeca wordt afgeschaft, net als de doelgroepvermindering voor collectieve arbeidsduurvermindering en de vierdagenweek.
Tegelijkertijd wordt het stelsel van de doelgroepverminderingen voor nieuwe aanwervingen hervormd. Voor een eerste werknemer blijft de vrijstelling weliswaar onbeperkt in tijd, maar wordt het voordeel voortaan begrensd tot maximaal 2.000 euro per kwartaal. Voor de volgende vier werknemers die u in dienst neemt, kunt u nog genieten van een vermindering van 1.000 euro per kwartaal, met een maximale duurtijd van drie jaar.
5. Wijzigingen aan de energieaccijnzen
Vanaf 1 augustus 2026 worden de accijnzen op fossiele brandstoffen stapsgewijs verhoogd. Benzine, diesel en aardgas worden daardoor duurder.
Voor elektriciteit wordt daarentegen gekozen voor een geleidelijke verlaging van de accijnzen voor particuliere afnemers. De overheid wil hiermee het gebruik van fossiele brandstoffen ontmoedigen.
6. Verhoging van verschillende taksen
Tot slot verhoogt de programmawet een aantal bestaande belastingen. Zo stijgt de vliegtaks, wordt de taks op effectenrekeningen verdubbeld en nemen ook de verzekeringstaks en de jaarlijkse bankentaks toe.
