De belastingdruk op de inkomsten die u via uw vennootschap ontvangt, is aanzienlijk gunstiger dan die voor zelfstandigen of eenmanszaken. De Arizona-regering is in 2025 begonnen met een hervorming, met betrekking tot het VVPR-bis-systeem of de werking van de liquidatiereserves. Wat kan u doen?
Het is algemeen bekend dat de belastingdruk op inkomsten die u via uw vennootschap verkrijgt aanzienlijk gunstiger zijn dan als zelfstandige of éénmanszaak. Een aantal bestaande gunstregimes zoals het VVPR-bis systeem of de werking van liquidatiereserves lieten u tot voor kort toe om winst uit te keren aan tarieven tot 13,64%. In haar zoektocht naar extra miljarden is de Arizonaregering in 2025 evenwel begonnen aan een stelselmatige verhoging van deze tarieven. Hieronder bezorgen wij u graag een kort overzicht van de wijzigingen en wat dit voor u betekent.
VVPR-bis
Het VVPR-bis systeem (Verlaagde Voorheffing) werd in 2013 ingevoerd om investeringen in kleinere ondernemingen te stimuleren. Het liet toe om dividenden aan goedkopere tarieven uit te keren van 20% (voor het tweede boekjaar na de uitgifte van de aandelen) of 15% (vanaf het derde boekjaar). Grote vennootschappen werden expliciet uitgesloten (dit zijn vennootschappen die gedurende minimaal 2 boekjaren meer dan 1 van de volgende criteria overschrijden 50 Werknemers, een netto-omzet hoger dan 11.250.000 euro en een balanstotaal dat groter is dan 6.000.000 euro). Bovendien moest het gaan om “gewone” dividenden. Dividenden naar aanleiding van de ontbinding van de vennootschap (het zogenaamde liquidatiesaldo) of bij de inkoop van eigen aandelen konden dus niet van het verlaagde tarief genieten.
Liquidatiereserves
Het systeem van de liquidatiereserves bestaat op zijn beurt sinds 2014 en werd initieel ingevoerd om te vermijden dat ondernemingen het toenmalig verhoogde tarief van 25% roerende voorheffing dienden te betalen op de uitkeringen van hun liquidatiesaldi. Het liet ondernemingen toe om mits de betaling van een anticipatieve heffing van 10%, een deel of het geheel, van hun boekhoudkundige winst na belastingen te reserveren op een afzonderlijke rekening. Bij een latere uitkering diende dan nog een bijkomend tarief betaald te worden van 20% bij een uitkering binnen de 5 jaar en 5% nadien. Bij een uitkering naar aanleiding van de ontbinding van de vennootschap is geen bijkomende heffing verschuldigd. Ook de werking van liquidatiereserves zijn voorbehouden aan kleine vennootschappen.
De programmawet van 18 juli 2025
In juli 2025 voerde de Arizonaregering alvast een eerste reeks wijzigingen in. De bedoeling hierbij was om de tarieven van de uitkering van liquidatiereserves te harmoniseren met de uitkering van VVPR-bis aandelen.
Zo werd beslist dat wat VVPR-bis betreft het tarief van 20% voor uitkeringen vanaf het tweede jaar enkel nog behouden bleef voor inbrengen die voor 31 december 2025 werden verricht. Voor nieuwe aandelen, uitgegeven vanaf 1 januari 2026, geldt dus enkel nog het tarief van 15% vanaf het derde boekjaar.
Voor liquidatiereserves werd dan weer een onderscheid gemaakt tussen de uitkeringen van liquidatiereserves die gevormd werden tot 31 december 2025, en zij die nadien werden aangelegd. Voor deze eerste categorie heeft u de keuze tussen een uitkering voor 3 jaar aan 20%, een uitkering tussen de 3 en de 5 jaar aan 6,5%, of een uitkering na 5 jaar aan 5%. Voor uitkering van reserves die na 1 januari 2026 worden aangelegd geldt een tarief van 30% voor 3 jaar, en 6,5% na 3 jaar.
Het begrotingsakkoord van november 2025
Intussen besliste de regering evenwel om deze tarieven verder op te trekken. Zo werd aangekondigd dat de uitkering van VVPR-bis aandelen voortaan aan 18% zal gebeuren ipv 15%. Voor liquidatiereserves wordt een gelijke belastingdruk gehaald door het tarief van 6,5% na 3 jaar verder op te trekken tot maar liefst 9,8%. Het ontwerp van programmawet, dat deze nieuwe verhogingen zal invoeren, werd intussen ook reeds in het parlement ingediend. Verwacht wordt dat de nieuwe wet op 1 mei 2026 in werking zal treden.
