Vrouwelijke zelfstandigen verdienen nog steeds tot meer dan 30 procent minder dan hun mannelijke collega’s.

Categorie Sociaal
Vrouwelijke zelfstandigen verdienen nog steeds tot meer dan 30 procent minder dan hun mannelijke collega’s.

Vrouwelijke zelfstandigen in hoofdberoep verdienen nog steeds ruim 30 procent minder dan hun mannelijke collega’s. Het grootste verschil in inkomsten tussen vrouwelijke en mannelijke zelfstandigen is in Vlaanderen, met een verschil van 32 procent. Een Belgische vrouwelijke zelfstandige had in 2017 een gemiddeld inkomen van 22.868,32 euro, dat is meer dan 10.000 euro minder dan het gemiddeld inkomen bij mannelijke zelfstandigen in hoofdberoep. Dat blijkt uit een analyse van NSZ op basis van cijfers van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). Daarenboven blijkt uit een NSZ-enquête dat 53 procent van de vrouwelijke zelfstandigen het moeilijk vindt om werk en privé in evenwicht te houden. “Wanneer een vrouwelijke werknemer werk en gezinsleven wil combineren kan ze beroep doen op een hele lijst ‘voordelen’, wanneer een vrouwelijke zelfstandige gas wil terugnemen, betaalt ze dat uit eigen zak,” aldus NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. NSZ pleit ervoor om vrouwelijke zelfstandigen een gezinsbudget te geven ter vervanging van het ouderschapsverlof, zodat ook vrouwen over meer mogelijkheden beschikken om werk- en privéleven in balans te houden.

Belgische vrouwelijke zelfstandigen in hoofdberoep verdienen gemiddeld 31 procent minder dan hun mannelijke collega’s. De grootste verschillen in loonkloof zijn voornamelijk te vinden in Vlaanderen, met een verschil van 32 procent, gevolgd door Wallonië met 28 procent. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de loonkloof tussen mannelijke en vrouwelijke zelfstandigen het kleinst met 7 procent. Vrouwen maken wel een inhaalbeweging, want hoewel er een algemene stijging is van de inkomsten bij zelfstandigen, is die stijging bij vrouwelijke zelfstandigen het grootst. Dat blijkt uit een analyse door NSZ van cijfers van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen (RSVZ).

Volgens NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws is de grootste oorzaak van dit verschil dat vrouwelijke ondernemers professioneel minder uren kloppen, omdat ze meer tijd aan het gezin spenderen. Dat vertaalt zich in een lager getal in hun inkomsten. "Ze kloppen meer uren in het huishouden, maar daar word je natuurlijk niet voor betaald. 53% van de vrouwelijke ondernemers geeft aan dat ofwel het werk, ofwel het gezin lijdt onder de moeilijke combinatie arbeid-privé." Toch kan dat verschil in werkuren alleen het verschil in inkomsten niet verklaren. Een tweede verklaring zit dan ook in de beroepskeuze. Vrouwelijke zelfstandigen kiezen nog vaker voor een beroep dat minder goed betaald is, zo blijkt uit de meest recente cijfers uit 2017. De meeste vrouwelijke ondernemers zijn paramedici, zoals verplegers, vroedvrouwen en therapeuten. Op de tweede plaats prijkt de schoonheidszorg met onder meer kappers, mani- en pedicures. Bij mannen is de bouw de populairste sector voor zelfstandigen, gevolgd door intellectuele beroepen zoals informatici en raadgevers.

Wanneer vrouwen kiezen voor ondernemerschap in hoofdberoep, zijn er heel wat sociale maatregelen die zij aan hun neus zien voorbijgaan, zegt NSZ. Zo bestaat er binnen het zelfstandigenstatuut geen ouderschapsverlof, kennen zij geen klein verlet, geen tijdskrediet met motief, enzovoort. Dit terwijl vrouwelijke werknemers met een kind een scala aan sociale voordelen kennen om hun werk- en privéleven in balans te houden, vaak met een financiële tegemoetkoming en behoud van sociale rechten, bijvoorbeeld voor hun pensioen. “Er wordt vaak gesproken over barrières tussen geslacht,  en terecht, maar er zijn ook tal van barrières tussen statuten. En ook dat is oneerlijk”, zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws, “Dit blijven veel te vaak ook onoverkomelijke hinderpalen voor een vrouw om te kiezen voor ondernemerschap.”

Om het vrouwelijk ondernemerschap te stimuleren stelt NSZ het ‘gezinsbudget’ voor, dat een tegengewicht dient te vormen met het ouderschapsverlof dat werknemers en ambtenaren vandaag kennen. Het gaat om een budget dat gelijk is aan de uitkering voor 4 maanden voltijds ouderschapsverlof. Vandaag bedraagt dit 3001, 32 euro netto, voor alleenstaanden is dit verhoogd tot 4141,8 euro netto. Dit gezinsbudget kan dan tot de leeftijd van het kind tot 12 jaar besteed worden aan de inschakeling van derden voor gezinstaken: schoonmaken, koken, kinderopvang, enzovoort. “ Op die manier kunnen zelfstandigen een deel van hun taken overdragen aan anderen, zodat er een betere balans met hun persoonlijk leven ontstaat. Dit zou volgens NSZ een echte boost betekenen voor het ondernemerschap vooral bij vrouwen”, besluit NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

deel dit