Voor 1 op 5 zelfstandigen dreigt armoede

Tags
Categorie Sociaal
Voor 1 op 5 zelfstandigen dreigt armoede

1 op de 5 zelfstandigen in hoofdberoep had in 2017 een inkomen dat lager ligt dan 1139 euro per maand, dat is de Europese armoededrempel voor een alleenstaande. Dat blijkt uit een analyse die NSZ maakte op basis van cijfers van het RSVZ, het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. Het aandeel hoofdberoepers met inkomsten onder de armoededrempel is de afgelopen vijf jaren amper geëvolueerd: in 2012 bevonden 22 procent van de hoofdberoepers zich in dezelfde situatie. Dat heeft voor een stuk te maken met een veel te beperkte sociale bescherming die zelfstandigen in moeilijkheden krijgen, maar vooral met het feit dat zelfstandigen geen vangnet hebben als ze hun activiteiten willen stopzetten. Daardoor doen ze vaak door totdat ze de boeken moeten neerleggen. “Daarom pleit NSZ voor een volwaardige  werkloosheidsuitkering voor zelfstandigen zodat ze financiële ruimte krijgen om zich naar een nieuwe professionele uitdaging te heroriënteren”, zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

Wie denkt dat alle zelfstandigen goed hun brood verdienen, denkt beter twee keer na. In 2017 verdienden maar liefst 148.489 zelfstandigen in hoofdberoep minder dan 12.500 euro per jaar. Dat is zelfs nog een stuk minder dan de Europese armoededrempel die 13.668 euro per jaar bedraagt voor alleenstaanden. De inkomsten van de zelfstandigen, waarover hier sprake, betreffen de bruto beroepsinkomsten, verminderd met de beroepsuitgaven en de beroepslasten. Dat is te vergelijken met het nettoloon van werknemers. 21 procent van alle zelfstandigen in hoofdberoep hadden vorig jaar dus inkomsten die de armoededrempel nog niet eens bereiken. Opvallend is bovendien dat het aandeel van de hoofdberoepers met inkomsten die zich onder de armoededrempel bevinden amper gedaald is. Vijf jaar eerder, in 2012, verkeerden 22 procent van de hoofdberoepers in die situatie.

NSZ legt de verantwoordelijkheid hiervoor voor een groot stuk bij het ontbreken van een degelijke sociale bescherming voor zelfstandigen in moeilijkheden. Sinds 1 januari 2017 krijgen zelfstandigen via het overbruggingsrecht dan wel een uitkering ( tussen de 1.253,83 euro en 1.566,79 euro per maand naargelang de gezinslast gedurende maximum 12 maanden) wanneer ze economische moeilijkheden hebben of failliet gaan, maar de voorwaarden hiervoor zijn stringent. Om aanspraak te kunnen maken op die uitkering moet een zelfstandige immers failliet zijn of de zaak stopzetten omwille van een natuurramp, brand, allergie, of in economische slechte papieren zitten ( dat blijkt uit het feit dat hij een leefloon krijgt of een vrijstelling van betaling van sociale bijdragen gekregen heeft of minder dan 13.847,39 euro per jaar aan inkomsten gehad had). In theorie zouden  148.489 zelfstandigen in hoofdberoep die zich in 2017 onder de armoededrempel bevonden gebruik kunnen maken van het overbruggingsrecht, maar in werkelijkheid hebben maar een 500-tal ondernemers hierop beroep gedaan.
“Zelfstandigen merken zelf wanneer hun zaak de dieperik in gaat, maar nu moeten ze nog wachten om de bodem te bereiken alvorens op hulp te kunnen rekenen”, stelt Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ, vast. “Logisch is dat niet.” Ook zelfstandigen die voldoende hebben bijgedragen maar om economische redenen nood hebben aan een nieuwe oriëntatie zouden tussen twee professionele uitdagingen door recht moeten hebben op een werkloosheidsuitkering om de moeilijke periode te overbruggen. Momenteel liggen er diverse wetsvoorstellen in de Kamer die in die richting gaan en daar moet deze of zeker volgende regering werk van maken. NSZ is in tegenstelling tot andere organisaties een grote voorstander van.

 

deel dit