Succes ouderschapsverlof scherpt arbeidsmarktkrapte aan.

Categorie Sociaal
Succes ouderschapsverlof scherpt arbeidsmarktkrapte aan.

 

Jaar na jaar neemt het aantal werknemers en ambtenaren dat ouderschapsverlof opneemt toe, zo blijkt uit cijfers van de RVA. Vorig jaar was er opnieuw een stijging. Er werden gemiddeld 2,3 procent meer uitkeringen uitgekeerd voor ouderschapsverlof in vergelijking met 2017. Dat kostte de Belgische belastingbetaler niet minder dan  174 497 059,15 euro.

Ouderschapsverlof kan momenteel vol-, halftijds en 1/5de worden opgenomen, maar dit verlof zal weldra ook gedurende 40 maanden aan 1/10de kunnen worden opgenomen. De wet  is in werking getreden op 6 oktober 2018, maar het koninklijk besluit dat de concrete voorwaarden en uitkeringen moet regelen is nog niet in voege. Het 1/5de ouderschapsverlof bedraagt 68 procent van alle aanvragen tot ouderschapsverlof. Het succes van het opnemen van ouderschapsverlof met één dag per week doet vermoeden dat ook het 1/10de ouderschapsverlof zeer populair zal zijn. Dit 1/10de ouderschapsverlof lijkt haast op maat gemaakt om op woensdagnamiddag opgenomen te worden. Gevolg van die nieuwe regeling is dat een vlotte werking in heel wat kleine bedrijven met een handvol medewerkers in dienst in het gedrang komt, want de zaakvoerder en de nog aanwezige collega’s kunnen niet elke woensdag een tandje bijsteken. Vooral voor de vele kmo’s die vaak onder de kerktoren rekruteren lijkt de nieuwe regeling op maat van hun personeel te zijn.

Een tijdelijke vervanger vinden die een halve dag of zelfs één dag per week wil inspringen, is helemaal geen sinecure. Ten eerste zijn er nu erg weinig mensen geïnteresseerd om slechts een handvol uren per week ergens te werken en bovendien is de arbeidsduurregelgeving weinig flexibel. “Vacatures raken al niet ingevuld en het is logisch dat een werkzoekende in de eerste plaats op zoek gaat naar een job die volledig in zijn levensonderhoud voorziet. Daarenboven is vervanging vinden voor een halve dag ook wettelijk amper mogelijk omwille van de wetgeving rond minimale arbeidsduur”, aldus NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. Ondernemingen kunnen dan wel onder bepaalde voorwaarden iemand in dienst nemen die minimum 4 uur per dag werkt en dus als vervanger optreedt tijdens een halve dag ouderschapsverlof, maar dan stelt er zich nog een bijkomend probleem. Een werknemer met een halve dag per week ouderschapsverlof op pakweg woensdagnamiddag kan middels een afwijkingsdocument ervoor kiezen om dat ouderschapsverlof eens op een ander moment tijdens de week op te nemen. Probleem is dat de vervanger niet kan afwijken van zijn vast werkmoment, in dit geval de woensdagnamiddag.

Daarom pleit NSZ voor de afschaffing van de minimale arbeidsduur per week. Nu mag de wekelijkse duur van de prestaties van de werknemer niet lager liggen dan 1/3de van wekelijkse arbeidsduur van de voltijdse werknemers. Er zouden geen wekelijks minimumgrenzen meer mogen bestaan. Dat maakt het aanwerven van werknemers die maar een paar uren per week moeten werken eenvoudiger en het lost voor een stuk de problemen qua arbeidsorganisatie op die ondernemingen hebben wanneer één of meerdere werknemers ouderschapsverlof opnemen. Daarenboven zou ook de uitbreiding van het systeem van flexi-jobs naar andere sectoren een uitkomst kunnen bieden voor vervanging van personeelsleden voor een halve of hele dag per week. Momenteel is zijn flexi-jobs enkel mogelijk in de horeca en kleinhandel.

deel dit