Nationale staking op 13 februari viseert de verkeerde doelwitten

Tags
Categorie Algemeen
Nationale staking op 13 februari viseert de verkeerde doelwitten

De nationale staking van morgen, 13 februari, georganiseerd door de werknemersvakbonden viseert volgens ondernemersorganisatie NSZ de verkeerde doelwitten. Volgens NSZ is het de overheid en de politiek verantwoordelijken die voor een extreme polarisatie hebben gezorgd tussen werknemers- en werkgeversorganisaties, waardoor een loonakkoord nog steeds ver weg is. De slachtoffers van de nationale staking zijn wederom de kleine ondernemers en de werkwillige werknemers, zegt NSZ. “Zowel qua loonkost als qua personenbelasting behoren we tot de Europese ‘kampioenen’, nochtans zou een ingreep op beiden een echte doorbraak betekenen, waar zowel werknemer als werkgever bij winnen”, aldus NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. Iets meer dan de helft van de Belgische ondernemingen zijn eenmanszaken, die eveneens onderhevig zijn aan die hoge personenbelasting.

De nationale staking van 13 februari viseert volgens NSZ de verkeerde doelwitten. Volgens NSZ moeten de pijlen niet geschoten worden van de werknemersorganisaties naar de werkgeversorganisaties en omgekeerd, maar moeten het doelwit eensgezind de overheid zelf zijn. NSZ verwijst in het debat omtrent de loonakkoorden naar de hoge personenbelasting en de te hoge loonlasten. België blijft kampen met hoge loonkosten, zo bleek uit het jaaroverzicht van Eurostat.  In 2017 lag de gemiddelde arbeidskost in ons land op 39,6 euro per uur. Enkel Denemarken, met 42,5 euro per uur, is nog duurder. “België bekleedt nog steeds een schandalige podiumplaats qua duurste landen wat betreft arbeidskosten”, aldus NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. Er is, volgens NSZ,  dus wel degelijk nog steeds sprake van een te hoge kost op arbeid. Dit heeft voornamelijk zijn (negatief) effect op kleinere werkgevers, die deze loonkost als een onoverkomelijke barrière zien bij de aanwerving van extra personeel. Nochtans is België het kmo-land bij uitstek. 97 procent van alle werkgevers in dit land hebben minder dan 50 werknemers, 83 procent heeft zelfs minder dan 10 werknemers in dienst.

NSZ geeft eveneens aan dat we het qua personenbelasting zeker niet beter doen. Het ‘Taxing Wages’-rapport van de Oeso uit 2018 toonde aan dat de Belgische belastingen op arbeid de hoogste van de wereld zijn. Voor alleenstaande werknemers zonder kinderen ligt de belastingdruk in ons land op gemiddeld 53,7 procent. Concreet: van elke 100 euro die de werkgever uitgeeft aan loonkosten, blijft er 46,3 euro netto over voor de werknemer. “Vergeet ook niet dat heel wat de Belgische ondernemingen eenmanszaken zijn, die eveneens onderhevig zijn aan die torenhoge personenbelasting. Wanneer zij personeel in dienst hebben zijn zij twee keer de dupe”, aldus NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. Iets meer dan de helft van de Belgische ondernemingen is een eenmanszaak.

Ook het grote verschil tussen het bruto- en het nettoloon is voor NSZ een grote boosdoener in de steeds groter wordende polarisering tussen werkgevers en werknemers. “Nochtans zouden zij partners van elkaar moeten zijn, op de werkvloer én aan de onderhandelingstafel”, zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. NSZ roept haar collega-werkgeversorganisaties én de werknemersorganisaties dan ook op om de pijlen te richten naar de grootste slokop van het loondebacle, de overheid, en mee verder te pleiten voor zowel een structurele loonlastenverlaging als een stevige daling van de personenbelasting. “Met de straten van Brussel lam te leggen, werkwilligen te verhinderen om zich naar hun werkplaats te begeven en elkaar verwijten naar het hoofd te slingeren, lost men niks op. Het is nodig dat we allemaal aan dezelfde kant van de kar duwen. Voor werkgevers, voor werknemers, maar vooral voor onze Belgische economie”, besluit NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

deel dit