Minimumpensioen en het vaderschaps- en geboorteverlof verhoogd

Tags
Categorie Algemeen
Minimumpensioen en het vaderschaps- en geboorteverlof verhoogd

De Ministerraad heeft vrijdag twee belangrijke maatregelen voor zelfstandigen goedgekeurd. Het gaat om de verhoging van het minimumpensioen met 2,65% en de toekenning van vijf extra dagen vaderschaps- en geboorteverlof op 1 januari. 

Zelfstandigen betalen een zware prijs voor de historische gezondheidscrisis die we doormaken. Naast de reeds goedgekeurde of in voorbereiding zijnde maatregelen voor socio-economische bijstand werkt de minister van Zelfstandigen en Kmo’s Clarinval ook aan de verbetering van hun sociaal statuut. Twee van deze maatregelen treden op 1 januari 2021 in werking. Ze zijn aanstaande vrijdag door de regering aangenomen als onderdeel van de programmawet die nu in het parlement zal worden ingediend met het oog op de goedkeuring ervan voor het einde van het jaar.

De eerste maatregel betreft het vaderschaps- en geboorteverlof voor zelfstandigen. Op voorstel van David Clarinval wordt het vanaf januari opgetrokken van 10 dagen (of 20 halve dagen) tot 15 dagen (of 30 halve dagen). In januari 2023 worden deze 15 dagen opnieuw opgetrokken tot 20 dagen (of 40 halve dagen). 

Dit verlof wordt toegekend aan zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die hun beroepsactiviteit tijdelijk onderbreken ter gelegenheid van de geboorte van een kind waarmee zij via afstamming of co-ouderschap verwant zijn. Tot dit jaar gaf het recht op een vergoeding voor maximaal 10 dagen van onderbreking, met een maximum van 83,26 euro per dag. Of op een vergoeding voor maximaal acht dagen van onderbreking plus een eenmalige premie van 135 euro ter compensatie van de kosten in het kader van een erkend systeem voor huishoudhulp (dienstencheques).

De tweede maatregel die vrijdag in het kader van de programmawet is goedgekeurd, betreft een verhoging van het minimumpensioen voor zelfstandigen met 2,65% op 1 januari 2021. Het bruto minimumbedrag voor een volledige loopbaan zal dus stijgen van € 1.291,69 tot € 1.325,92 voor een alleenstaande (een maandelijkse extra van € 34,23), en van € 1.614,10 euro tot € 1.656,88 voor een gezinshoofd (een maandelijkse extra van € 42,78). Deze bedragen zullen tussen nu en het einde van de legislatuur geleidelijk aan blijven stijgen tot een totaal verschil van 11% in 2024. 

deel dit