Jaag onze foorkramers niet weg uit de stadskern

Tags
Categorie Juridisch
Jaag onze foorkramers niet weg uit de stadskern

Foor- of kermiskramers zijn in ons land nog steeds fors vertegenwoordigd. De sector die de voorbije jaren sterk professionaliseerde en onderworpen werd aan een strenge regelgeving boert niet achteruit, toch is een markante verschuiving merkbaar: jongeren blijven langer opereren onder de vennootschapsvleugels van de foorouders en door verkeerstechnische verschuivingen verhuist de kermis soms naar de rand van de stad.

Een miljoen euro inkomsten

De Luikse megakermis die een kilometer lang is lokt jaarlijks gemiddeld 1.500.000 dagjestoeristen en nieuwsgierigen. Sommigen verblijven zelfs enkele dagen in de buurt waardoor het centrum bruist: “Dit is uitstekend voor onze middenstand en horeca. Iedereen wint door deze manier van werken. Dertig procent van de bezoekers zegt door de kermis een café of restaurant te bezoeken, 22 procent doet extra inkopen en 19 procent gebruikt de openbare parkeerplaatsen. Naar schatting wordt ongeveer een miljoen euro extra inkomsten gegenereerd”, zegt de schepen.

“Handelaars spelen vaak handig in op het grote aantal bezoekers door kortingen of speciale winkelacties te organiseren. Elk jaar stelt de buurt zelfs kamers ter beschikking voor bezoekers die wensen te overnachten.” Dit jaar loopt de kermis tussen 5 oktober en 11 november.

Vijf jaar Sinksenfoor

De verhuis van de Antwerpse Sinksenfoor naar Parkspoor Oost bleef vijf jaar geleden niet onbesproken en zorgde voor onrust bij marktkramers en middenstandsverenigingen. De storm aan protest lijkt inmiddels achter de rug, toch bezorgt het NSZ-regiodirecteur Groot Antwerpen Nico Volckeryck nog dikwijls onrustige nachten: “Ik blijf het straf vinden dat slechts drie bewoners voor een dergelijke aardsverschuiving zorgden. Door het vertrek van de kermis verliezen we naar schatting 800.000 bezoekers in de binnenstad want de passage langs horeca en uitstalramen is grotendeels weg, dit terwijl kermissen net een kernversterkend effect teweegbrengen.

Vergelijk het best met de Gentse Feesten: het is ondenkbaar ze uit het centrum te onttrekken.” Hij voegt toe dat dergelijke maatregelen kunnen zorgen voor sociale drama’s: “De Sinksenfoor was voor sommigen een jaarlijkse belangrijke bron van inkomsten. Die viel weg. Vergeet niet dat de huidige locatie een eind buiten het stadscentrum ligt. Ik blijf voorstander van het creëren van toegewijde horecazones in de binnenstad in combinatie met de kermis.”

“ Ik blijf voorstander van het creëren van toegewijde horecazones in de binnenstad in combinatie met de kermis.”

Noodzaak van eigen horecazones

Toch lijkt de Sinksenfoor op Parkspoor Oost met zijn 143 attracties ook dit jaar een topper te worden. Inmiddels is de kermis anderhalve week bezig en duurt nog bijna twee weken. Foorkramer Vincent Delforge baat verschillende eetkramen uit samen met familieleden en is voorzitter van het comité Sinksenfoor: “De kermiswereld evolueert voortdurend en is niet meer te vergelijken met de kermis van 30 jaar of langer geleden. Ons vak verandert, dat betekent zoals hier in Antwerpen ook het speelveld.

Door de verhuis nu exact vijf jaar geleden waren we genoodzaakt eigen horecazones te creëren binnen de grenzen van de foor. Stadscentra zijn steeds moeilijker bereikbaar, maar een ander aspect dat een even grote rol speelt is het overaanbod aan vrijetijdsbesteding. Mensen verplaatsen zich en zoeken evenementen op, afstanden spelen nog weinig rol. De sterkte van een kermis ligt bij de folklore. Kleine kermissen die niet zijn gekoppeld aan tradities of het traditionele dorpsleven gaan er op termijn tussenuit.”

“ Kleine kermissen die niet zijn gekoppeld aan tradities of het traditionele dorpsleven gaan er op termijn tussenuit.”

Zelfde trends in Noord en Zuid

Delforge heeft twee eetkramen en staat regelmatig op kermissen in zowel Vlaanderen als Wallonië: “De evolutie van kermissen loopt in beide landsgedeelten identiek. Naast de factor folklore merken we ook dat er minder foorkramers zijn, toch blijft het aantal attracties ongewijzigd. Jongeren zijn berekender dan vroeger en wachten langer om een eigen vennootschap op te richten.

Ze werken zich eerst in bij de ouders, later starten ze met de uitbating van een eigen kermiskraam.” Een trend die ook foorkramer en algemeen secretaris van de vzw VBF-DBF (Vereniging der Belgische Foorreizigers) Steve Severeyns opmerkt: “Over heel het land zijn ongeveer duizend zelfstandigen foorkramer. Investeringen worden uitgesteld om minder snel financiële katers te riskeren. Het gemiddelde aantal attracties per kermis blijft hetzelfde, we zien het aantal zelfstandigen echter dalen met 20 procent.”

Financiën onder controle

Severeyns ziet de jaarlijkse kost voor de foorkramer in de hoogte gaan: “De verzekeringen kosten handenvol geld, de benzine- en dieseltarieven stijgen elk jaar. De kunst is de kosten onder controle houden. Op termijn blijft een kermiskraam nog wel winstgevend. Steden en gemeente kennen als organisator van kermissen beter dan wie ook de maatschappelijke en economische rol die we spelen. Hierdoor werden sommige standgelden zelfs goedkoper.” Delforge beaamt: “We kunnen niets meer aan het toeval overlaten, en dit is beter zo. De veiligheidscontroles werden fors opgeschroefd.”

Hij weet ook dat zoals in andere sectoren zich een centralisatie opdringt: “Tussen de foorkramers moet er een  gevorderde manier van samenwerken komen. Alleen zo kunnen we groeien en verder professionaliseren. De verhuis
naar Parkspoor Oost is verteerd, we maken er samen het beste van. Dat deden we ook eind de jaren 60 toen we  noodgedwongen verhuisden van de Leien naar de Zuiderdokken, wat toen ook een afgelegen buurt was”. Delforge blijft in het stadscentrum nog steeds de beste oplossing zien: “Een kermis in een stadskern is in overleg steeds een win-win.

Een verhuis moeten we proberen te vermijden. De kermis mag geen bestemming op zich zijn zoals een pretpark, dat is het in Antwerpen wel. En vergeet niet: foorkramer is geen marginaal beroep meer. We zijn onderworpen aan wetten zoals elke Belgische onderneming en weten heel goed wat we doen”..

“ Steden en gemeenten kennen de maatschappelijke en economische rol van kermissen.”

Kermis leeft ook in kleine gemeenten

Maar ook in kleine gemeenten leeft de kermis. Bonheiden bij Mechelen heeft 15.000 inwoners waarvan 40 procent bejaarden. Schepen van Lokale Economie Bart Vanmarcke (Open Vld) merkt op dat de kermis in het centrum een toegevoegde waarde is: “Het werkt duidelijk stimulerend voor jonge gezinnen met kleine kinderen, vaak mensen die je amper in het centrum ziet.” De gemeente organiseert maar liefst drie kermismomenten per jaar en koppelt daar sinds een tweetal jaar voor kinderen een incentive aan: wie voldoende punten (‘ducaten’) verzamelt door vaak met de fiets naar school te komen, krijgt gratis ritjes op de attracties. Bonheiden werd voor de toepassing van dit ‘slim’ verhaal dat inmiddels volledig gedigitaliseerd is al meermaals bekroond in binnen- en buitenland, zowel door overheden als door privébedrijven.

Middenstand voor centralisatie

De kermis in mei liep samen met de eerste editie van het nieuwe initiatief ‘Bontastisch’, een straatevent om de lokale handelaars in de kijker te zetten: “Opvallend bij de besprekingen was dat de lokale middenstand de kermis en Bontastisch liever niet ontkoppeld zagen, dat was in aanvangsfase snel duidelijk. De kermis speelde bij het evenement een belangrijke rol als aantrekkingspool. Ons centrum is te klein om te spreken van echte stuntacties van winkeliers, toch konden we op een alternatieve manier een win-win creëren waar de drie deelnemende partijen zich konden in vinden: de gemeente, de middenstand en de foorkramers.”

deel dit