Afschaffing proefperiode zorgt voor steeds minder duurzame jobs

Categorie Werk
Afschaffing proefperiode zorgt voor steeds minder duurzame jobs

De afschaffing van de proefperiode sinds 2014 zorgt voor steeds meer tijdelijke, en dus minder duurzame jobs. Het is nu voor vele kleinere werkgevers te duur geworden om personeelsleden te ontslaan wanneer zij niet voldoen. Werkgevers kiezen eieren voor hun geld en opteren daarom voor tijdelijke contracten. Hiermee reageert NSZ op de cijfers uit het jaarrapport van de Nationale Bank van België die aangeven dat maar liefst 46 procent van de nieuwe banen in 2018 een tijdelijk karakter had. Een studie van NSZ uit 2015 waarschuwde reeds voor deze trend. “Het afschaffen van de proefperiode heeft uiteindelijk zowel voor werkgevers als voor werknemers negatieve effecten gehad. ‘Job, jobs, jobs’ roepen is niet voldoende, duurzame tewerkstelling moet de norm worden, maar dan moeten de randvoorwaarden voor werkgevers ook worden voldaan”, zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. NSZ pleit voor de herinvoering van een volwaardige proefperiode.

In het jaarrapport 2018 van de Nationale Bank wordt melding gemaakt dat 46 procent van de nieuwe banen in 2018 een tijdelijk karakter had, dat is 12 procentpunten meer dan in 2008. Het gaat daarbij om alle banen met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, een uitzendcontract, een vervangingsovereenkomst of een overeenkomst voor de uitvoering van een duidelijk omschreven taak, alsook de studentenarbeid. Een onderzoek van NSZ uit 2015, waaraan 467 zelfstandigen met personeel en kmo’s hebben deelgenomen voorspelde deze cijfers reeds. Uit dat onderzoek bleek dat bijna de helft meer ondernemingen (46 procent) een contract van bepaalde duur aanbiedt ten opzichte 2013. Ook het aantal kmo’s dat uitzendkrachten inschakelt was tussen 2013 en 2015 met 31 procent toegenomen. Bovendien gaf ook 23 procent van de ondervraagde ondernemers aan dat ze steeds vaker samenwerkten met andere zelfstandigen in plaats van een (extra) medewerker aan te trekken. Volgens NSZ heeft deze evolutie alles te maken met de afschaffing van de proefperiode sinds 2014.

Voor 2014 was het zo dat een arbeider binnen zijn proeftijd van twee weken ontslagen kon worden zonder opzeg en zonder vergoeding, terwijl bedienden tijdens hun proefperiode (doorgaans zes maanden) konden ontslagen worden mits een opzeg van slechts één week. Nu kijkt de werkgever bij een ontslag tijdens de eerste zes maanden op tegen een opzeg die kan oplopen tot 5 weken of 5 keer meer dan vroeger tijdens de proefperiode. Het is nu voor werkgevers met andere woorden stukken duurder om iemand te ontslaan gedurende de eerste maanden van het arbeidscontract. Een contract van bepaalde duur fungeert nu dus als een soort proefperiode. Wie voldoet, krijgt daarna doorgaans wel een contract van onbepaalde duur. NSZ pleit voor de herinvoering van een proefperiode van zes maanden. De ondernemersorganisatie is ervan overtuigd dat dit zal leiden tot een toename van het aantal contracten van onbepaalde duur. “Contracten van onbepaalde duur laten werknemers toe om iets op de lange termijn te kunnen uitbouwen, niet alleen professioneel, maar ook privé (bijv. huur of aankoop woonst). Duurzame jobs zijn dus een echte must voor een meer gezonde economie”, besluit NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

deel dit