Mag een werknemer zonder toestemming van zijn werkgever met vakantie?

Als de zomer nadert en vakanties geboekt worden, dienen de werknemers hun verlofaanvragen in. In geen geval kunnen de data van de jaarlijkse vakantie eenzijdig vastgelegd worden. Ze moeten in gemeenschappelijk overleg vastgesteld worden, rekening houdend met de verlangens van alle werknemers en de goede werking van de onderneming.

Gemeenschappelijk akkoord
Het is in de eerste plaats mogelijk om in het bevoegde paritair comité of in de onderneming zelf collectieve vakantiedata vast te stellen. Gebeurt dat niet, dan leggen werkgever en werknemer de vakantiedagen individueel vast.

Er moet hiervoor een gemeenschappelijk akkoord zijn tussen de werkgever en elk van zijn werknemers. Het verlof bepalen kan dus nooit eenzijdig gebeuren.
Als werkgever en werknemer op geen enkele manier tot een akkoord kunnen komen, zal de arbeidsrechtbank zich in kortgeding over het geschil uitspreken. Zo ook wanneer de werknemer het uitdrukkelijk verbod van de werkgever om zijn vakantiedagen op een bepaald moment te nemen naast zich neerlegt en hij hiermee één van zijn contractuele verplichtingen overtreedt.

Enkele onvermijdelijke wettelijke verplichtingen:

• De vakantie moet tussen 1 januari en 31 december van het vakantiejaar genomen worden. Het is dus verboden om vakantiedagen naar een volgend jaar over te dragen.  De niet-genomen dagen zijn verloren en de werkgever kan gesanctioneerd worden.
• Wanneer de werknemer schoolgaande kinderen heeft, krijgt hij zijn vakantiedagen bij voorkeur tijdens de schoolvakanties.
• De werknemer heeft recht op twee volle (en opeenvolgende) vakantieweken tussen 1 mei en 31 oktober, tenzij hij dat niet wenst.
• De werknemer moet minstens één ononderbroken week vakantie krijgen.
• De vakantieperiodes buiten de bovenvermelde twee of drie weken mogen de globale productietijd zo min mogelijk in de weg staan.
• De werknemer kan niet afzien van zijn recht op vakantie.