Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Pers

Pers en communicatie

U bent journalist en zit met vragen? Aarzel niet om ons te contacteren.

Christine Mattheeuws

Voorzitter NSZ

christine.mattheeuws@nsz.be
0476 44 74 97

Sven Nouten

Communicatieverantwoordelijke

sven.nouten@nsz.be
0477 23 80 74

Vrouwelijke zelfstandigen verdienden vorig jaar 54 procent minder dan mannelijke zelfstandigen

Vrouwelijke zelfstandigen verdienden in 2015 gemiddeld 15.796 euro per jaar. Hun mannelijke evenknieën verdienden gemiddeld 54 procent meer en konden in 2015 rekenen op 24.273 euro. Dat blijkt uit een analyse van NSZ op basis van cijfers van het RSVZ, het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. Die inkomstenkloof is opmerkelijk, maar was vijf jaar geleden zelfs nog iets groter. “Die kloof is ook te verklaren door de sectoren waarin vrouwelijke zelfstandigen werkzaam zijn en het feit dat ruim een kwart van de vrouwelijke zelfstandigen in bijberoep actief is, terwijl dat bij de mannen slechts 1/5de is”, legt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws uit. “Hopelijk zetten het uitgebreid moederschapsverlof en de andere vrouwvriendelijke verbeteringen aan het sociaal statuut meer vrouwen aan om vanaf 2017 voor het voltijds ondernemerschap te kiezen.”

Gemiddeld verdienden de 1.035.469 zelfstandigen in ons land vorig jaar 21.556 euro op jaarbasis. De inkomsten, waarover hier sprake, betreffen de bruto beroepsinkomsten, verminderd met de beroepsuitgaven en de beroepslasten. Dat is te vergelijken met het nettoloon van werknemers. Opvallend is de forse inkomstenkloof tussen vrouwelijke en mannelijke zelfstandigen. Vrouwelijke zelfstandigen moesten zich vorig jaar tevreden stellen met 15.796 euro, terwijl hun mannelijke collega’s 54 procent meer verdienden: hun gemiddelde jaarinkomsten bedroegen 24.273 euro.

In 2010 was die inkomstenkloof nog iets groter: ze bedroeg toen 60 procent. Geleidelijk lijkt de kloof dus af te nemen, maar NSZ vreest dat dit verschil in inkomsten niet in een handomdraai zal verdwijnen. Voor een groot stuk is die inkomstenkloof ook te verklaren. Zo werken er bijvoorbeeld meer vrouwen in sectoren die in het algemeen gekenmerkt worden door lagere inkomsten, zoals de handel- en de dienstensector.

Een andere belangrijke verklaring voor het opmerkelijk verschil in inkomsten tussen mannelijke en vrouwelijke zelfstandigen heeft te maken met het feit dat vrouwelijke zelfstandigen zich meer nestelen in het bijberoep dan hun mannelijke collega’s. 26 procent van alle vrouwelijke zelfstandigen is zelfstandige in bijberoep, terwijl dat aantal bij de mannelijke zelfstandigen beperkt is tot 21 procent. Aangezien er qua aandeel meer vrouwen kiezen voor het bijberoep, hoeft het niet te verbazen dat hun gemiddelde inkomsten lager liggen.

NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws: “Het zal nu zaak zijn om zoveel mogelijk vrouwelijke bijberoepers en vrouwelijke ondernemers in spe aan te sporen om als zelfstandige in hoofdberoep aan de slag te gaan. Enkele vrouwvriendelijke verbeteringen aan het sociaal statuut, die in 2017 ingaan, kunnen daar vast en zeker voor zorgen.” Onder impuls van NSZ besliste federaal minister van Zelfstandigen en Kmo’s Willy Borsus (MR) om het moederschapsverlof voor vrouwelijke zelfstandigen uit te breiden van 8 naar 12 weken, een vrijstelling van betaling van sociale bijdragen voor zelfstandigen in moederschapsverlof in te stellen en de 105 dienstencheques waar ze recht op hebben eens ze bevallen zijn halfautomatisch toe te kennen. Daarnaast komt er ook een wettelijk statuut dat gepensioneerden en studenten toelaat om onderneemsters te helpen in het gezin. Deze maatregelen gaan in op 1 januari 2017 en betekenen een significante sprong voorwaarts voor het vrouwelijk ondernemerschap in ons land.

deel dit

Word NSZ-lid

Ervaar alle voordelen van ons lidmaatschap

Registreer