Ga naar de inhoud
Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies.

Pers

Pers en communicatie

U bent journalist en zit met vragen? Aarzel niet om ons te contacteren.

Christine Mattheeuws

Voorzitter NSZ

christine.mattheeuws@nsz.be
0476 44 74 97

Sven Nouten

Communicatieverantwoordelijke

sven.nouten@nsz.be
0477 23 80 74

Proefperiode opnieuw invoeren is goed voor werkgever en werknemer

Proefperiode opnieuw invoeren is goed voor werkgever en werknemer

NSZ is tevreden dat federaal minister voor Zelfstandigen en Kmo’s Willy Borsus (MR) opnieuw een proefperiode wil invoeren. Die zou minimum 15 dagen en maximum 6 maanden of 1 jaar bedragen. “Vanuit de zelfstandigen en de kmo’s is er echt een grote vraag naar het herinvoeren van de proefperiode”, bevestigt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. “Zij begrijpen echt niet waarom de opzeg voor iemand die pas in dienst is nu verdubbeld is tegenover vroeger toen de proeftijd nog bestond.” Nu er geen proefperiode meer bestaat, werken ondernemingen trouwens opvallend meer met contracten van bepaalde duur en interimcontracten. Dat is ook nadelig voor werknemers.

NSZ raadt minister Borsus aan om zo snel mogelijk werk te maken van het opnieuw instellen van een proefperiode in de arbeidsovereenkomsten. In zijn voorstel gaat hij uit van een minimale proefperiode van 15 dagen en een maximale proefperiode van 6 maanden voor wie minder dan 66.441 euro verdient en van 1 jaar voor wie meer verdient dan dat bedrag. Een billijk voorstel, zo oordeelt NSZ.

De ondernemersorganisatie beschouwde de afschaffing van de proefperiode al lang als een grote stommiteit. En dat zowel voor werkgevers als voor werknemers. Een onderneming die nu iemand die pas aangeworven is wil ontslaan, moet rekening houden met een opzeg van minimum twee weken. Toen de proefperiode van zes maanden nog bestond, bedroeg die opzeg maximaal één week. Vermits de loonkost nog steeds de pan uit swingt, is dat verschil absoluut niet verwaarloosbaar voor micro-ondernemingen en kmo’s.

Ook werknemers hebben trouwens baat bij een herinvoering van de proefperiode. Ondernemingen werken nu immers meer met uitzendkrachten en werknemers met een contract van bepaalde duur dan voor de introductie van het eenheidsstatuut. Uit onderzoek van NSZ, waaraan 835 ondernemingen in het voorjaar hebben deelgenomen, bleek dat 65 procent wel nog steeds een contract van onbepaalde duur aanbiedt, maar dat 19 procent nu werkt met een contract van bepaalde duur en 16 procent met interimcontracten. Voor de invoering van het eenheidsstatuut (en dus voor 2014) gaf 76 procent van de bedrijven een contract van onbepaalde duur, 12 procent een contract van bepaalde duur en nog eens 12 procent een uitzendcontract. Nadeel hiervan voor de werknemers is dat ze op de lange termijn niets kunnen uitbouwen, want zonder contract van onbepaalde duur is het niet evident om pakweg een woonst te huren of te kopen.

Tot slot stelt NSZ vast dat er in al onze buurlanden met een proefperiode wordt gewerkt. In Nederland bedraagt de proefperiode 1 maand bij een tijdelijk arbeidscontract van meer dan 6 maanden maar maximum 2 jaar of bij een tijdelijk contract zonder einddatum. Bij andere arbeidsovereenkomsten bedraagt die 2 maanden. Alleen bij een arbeidscontract van maximum 6 maanden mag er geen proeftijd worden afgesproken. In Duitsland bedraagt de proefperiode zes maanden, ongeacht of het om een contract voor bepaalde duur gaat of om een contract voor onbepaalde duur. En ook in Frankrijk werkt men met een proefperiode die 4 maanden bedraagt voor arbeiders en bedienden, 6 maanden voor technici en 8 maanden voor kaderfuncties.

deel dit

Word NSZ-lid

Ervaar alle voordelen van ons lidmaatschap

Registreer