PERSBERICHTEN
11 6 2010 | Expeditie middenstand Open VLD: goed uitgangspunt, maar aanvullingen en verbeteringen nodigOndernemersorganisatie NSZ apprecieert dat Open VLD een uitgewerkt plan heeft gemaakt om ondernemers en kmo’s te helpen. “We stellen tevreden vast dat de Vlaamse liberalen ons idee om de faillissementsverzekering uit te breiden voor zelfstandigen die met overmacht geconfronteerd worden overnemen”, zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. De ondernemersorganisatie is evenwel minder te spreken over de wijze waarop Open VLD zuurstof wil geven aan de horecasector. “Een btw-verlaging naar 12 procent voor niet-alcoholische dranken volstaat niet. De volledige sector heeft nood aan een btw-tarief van 6 procent. Op drank en eten dus.” Ook een kmo-impacttoets ontbreekt in het plan van de partij.
Rik Daems presenteerde vandaag het verslag van zijn expeditie middenstand en lanceerde voorstellen die in de kaart moeten spelen van ondernemers en kmo’s. Mattheeuws: “Een nobel initiatief, maar we hebben vooral nood aan daden. Aan goedbedoelde plannen die dode letter blijven, hebben onze ondernemers niets.” Bovendien is NSZ niet onverdeeld positief over de voorstellen van Open VLD. “De hoofdmoot aan voorstellen juichen we toe, maar bepaalde andere punten kunnen ons veel minder bekoren.”
Zo is NSZ erg te spreken over het plan van de Vlaamse liberalen om de faillissementsverzekering uit te breiden voor zelfstandigen die met overmacht (bijvoorbeeld ziekte, openbare werken, ongeval, wegvallen belangrijke klanten) geconfronteerd worden. “Deze verzuchting hebben we steeds vooropgesteld omdat een uitgebreide faillissementsverzekering voor heel wat zelfstandigen een wereld van verschil kan maken. Zij riskeren dan niet meer zo snel failliet te gaan wanneer er zich iets onverwacht voordoet”, legt de NSZ-voorzitter uit.
Open VLD pleit daarnaast ook voor een redelijkheidpact bij diverse controles die ondernemers om de haverklap krijgen vanwege verschillende instanties. Mattheeuws: “Haast dagelijks contacteren onze leden ons om te klagen over slecht verlopen controles. Vooral de arrogante en beteugelende houding van de controleurs is hen een doorn in het oog. Controle moet er zijn, dat is evident, maar wij ijveren al langer dan vandaag voor humane controles waarbij preventie en informatie voorop staan. We zijn blij dat Open VLD onze mening deelt en hopen dat de nieuwe regering snel werk maakt van een dergelijk pact.” Positief is ook dat Daems de wirwar aan subsidies en banenplannen wil vervangen door een lastendaling voor zowel vennootschappen als eenmanszaken.
Het horecaplan van Open VLD kan op minder begrip rekenen van NSZ. De partij wil het verlaagd btw-tarief van 12 procent dat nu al geldt voor maaltijden ook doortrekken naar niet-alcoholische dranken en op termijn gaan naar een btw-tarief van 6 procent. “Een slok op een borrel”, reageert Mattheeuws, “maar een gefaseerde verlaging volstaat niet voor de horecasector die qua aantal faillissementen nog steeds piekt. Uit een studie van de UHasselt bleek vandaag nog dat de helft van de horecazaken bedreigd is. Wij vragen nadrukkelijk op zeer korte termijn een btw-tarief van 6 procent op eten en alle drank. Enkel op die manier krijgt de sector de broodnodige zuurstof.” Ook Didier Reynders en zijn MR pleiten hier overigens voor.
Tot slot wil Open VLD ook een maximumfactuur voor aanpassingskosten invoeren. Wanneer een kmo dan kosten moet maken om aan nieuwe overheidsreglementering te voldoen, moet de overheid garanderen dat die kosten een zeker maximumbedrag niet mogen overschrijden. Een moeilijk uit te voeren maatregel, vindt NSZ. “Wij zien meer heil in een effectieve kmo-beleidscel die bij elke nieuwe regel een kmo-impacttoets maakt. Nu zijn gelijkaardige oefeningen te vrijblijvend en bovendien worden ze niet systematisch toegepast”, aldus de NSZ-voorzitter. Deze beleidscel moet de daadwerkelijke bevoegdheid hebben om elke nieuwe regel, die de administratieve verplichtingen en/of de financiële lasten van een kmo of een zelfstandige verzwaart, af te blokken. De regel mag dan pas effectief in voege treden wanneer duidelijk aangetoond is dat hij noodzakelijk is (om bijvoorbeeld een nieuw probleem op te lossen waarvoor nog geen regels gelden) of dat de nieuwe regel een verbetering inhoudt tegenover de vorige regelgeving. Is dat niet het geval, moet de regelgever aan een alternatieve oplossing werken.
Ga naar het persoverzicht