Stevige groei van aantal buitenlandse zelfstandigenHet aantal buitenlandse zelfstandigen in ons land is de laatste vijf jaar met 31 procent gestegen. Dat blijkt uit onderzoek van NSZ. In 2010 waren er 88.459 buitenlandse ondernemers in ons land actief, goed voor een aandeel van 9,3 procent op het totaal aantal zelfstandigen. Vooral ondernemers uit enkele Oost-Europese landen, zoals Roemenië, Polen en Bulgarije, zijn de laatste jaren aan een sterke opmars bezig. Ondanks de stijging van het aantal buitenlandse zelfstandigen merkt de ondernemersorganisatie op dat buitenlanders het ondernemerschap vlugger vaarwel zeggen dan Belgen. En dat is een gemiste kans. Daarom stelt NSZ voor dat aan elke buitenlandse starter een intensieve cursus taal- en bedrijfskennis wordt gegeven en betere begeleiding gedurende de eerste drie jaar.
In 2010 waren er in ons land 952.585 zelfstandigen actief, waarvan 88.459 een vreemde nationaliteit hebben. Daarmee is het aantal buitenlandse ondernemers in ons land goed voor een aandeel van 9,3 procent. In 2006 waren er 67.421 buitenlandse zelfstandigen. Op vijf jaar tijd is hun aantal dus met 31 procent gestegen. Ter vergelijking: in diezelfde periode steeg het totaal aantal zelfstandigen ‘slechts’ met 8 procent, van 880.622 naar 952.585. NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws: “Het is duidelijk dat de toename van het aantal ondernemers voor een stuk het werk is van buitenlandse zelfstandigen die zich hier komen vestigen. Zij geven dus mee een boost aan het ondernemerschap in ons land.” In 2010 was alvast 20 procent van het aantal starters van buitenlandse origine.
De hoofdmoot aan buitenlandse ondernemers komt nog steeds uit Nederland (17 procent), Frankrijk (12 procent) en Italië (12 procent), maar de opmars van enkele Oost-Europese landen is opmerkelijk. 10,5 procent van het aantal buitenlandse zelfstandigen heeft de Roemeense nationaliteit, 9 procent komt uit Polen en 5 procent komt uit Bulgarije. Jaar na jaar neemt hun aantal toe. De niet-Belgische zelfstandigen zijn vooral in Vlaanderen (43 procent) gevestigd, gevolgd door Brussel (36 procent) en Wallonië (21 procent).
Mattheeuws: “We kunnen het ondernemerschap van buitenlanders in ons land alleen maar aanmoedigen, maar stellen tegelijk vast dat buitenlandse zelfstandigen er driemaal sneller de brui aan geven dan hun Belgische evenknieën.” De voorbije jaren constateerde NSZ dat gemiddeld 9 procent van de startende zelfstandigen van vreemde origine het ondernemerschap al voor bekeken hield nog tijdens het startjaar, terwijl dat bij Belgische starters ‘slechts’ 3 procent is. Enerzijds heeft dat te maken met de taalbarrière, maar anderzijds ook met gebrekkige informatievergaring en voorbereiding. Een verplichte en doorgedreven cursus die het accent legt op taal- en bedrijfskennis en een betere begeleiding tijdens de eerste drie jaren is daarom volgens de ondernemersorganisatie zeer nuttig. Wie één van onze landstalen niet onder de knie heeft, is sowieso ten dode opgeschreven als ondernemer. Zelfs al heb je de taal voor jouw activiteit niet echt nodig, verlopen toch alle contacten met administraties en dergelijke in één van de landstalen.
Ga naar het nieuwsoverzicht