Vooral in Vlaanderen zijn kmo's op zoek naar leerjongens en –meisjes De afgelopen vijf jaar nam het aantal leerjongens en –meisjes in Vlaanderen af met 23 procent. Ook in Wallonië tekende er zich een daling op, maar deze was gevoelig minder scherp ( - 7 procent). Nochtans smeken jaarlijks ettelijke kmo’s om jongeren die een vak willen leren en die ze kunnen inschakelen in het bedrijf. “Theorie onmiddellijk omzetten in de praktijk is nochtans een uitstekende leermethode”, weet NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. Wie zo’n opleidingstraject heeft gevolgd, heeft binnen het jaar 85 procent kans op een job. Binnen de vijf jaar gaat 18 procent van de leerjongens en – meisjes als zelfstandige aan de slag. Toch halen veel ouders hun neus nog steeds op voor dit type opleiding. “Dat is volledig onterecht. We moeten dit type onderwijs dringend herwaarderen.”
In Vlaanderen is Syntra verantwoordelijk voor de zogenoemde leertijd, een opleidingssysteem waarbij werken en leren gecombineerd worden. In Wallonië regelt IFAPME het werkplekleren. Beide instanties zagen het aantal leerjongeren jaar na jaar afnemen. Tussen het schooljaar 2005-2006 en het huidige schooljaar daalde het aantal jongeren dat dergelijk onderwijstype volgt in Vlaanderen van 5736 naar 4422, goed voor een daling met 23 procent. Ook in Wallonië daalde het aantal leerjongeren, meerbepaald van 5533 in het schooljaar 2005-2006 naar 5139 dit jaar. Die daling met 7 procent was alvast minder scherp dan in Vlaanderen.
In Vlaanderen bestaat er ook nog zoiets als het Deeltijds Beroeps Secundair Onderwijs (DBSO), waar vormen van leren en werken eveneens gecombineerd worden, maar die opleiding is gevoelig minder vakgericht dan de leertijd. Concreet: wie binnen het DBSO een bakkersopleiding volgt, kan even goed als praktijkervaring in de bakkerij brood staan te verkopen. Dat is bij de leertijd onmogelijk: daar moet de match tussen vorming en werkplek perfect zijn. Een bakkersstudent in de leertijd zal dus steeds brood of patisserie moeten maken. Het is dan ook weinig verbazend dat werkgevers vooral uitkijken naar leerjongeren uit de leertijd. Werkgevers willen immers (toekomstige) stielmannen.
De cijfers van Syntra en IFAPME tonen ontegensprekelijk aan dat de leertijd in slecht vaarwater zit. “En dat is jammer”, weet Mattheeuws. “Vooral omdat 1000’en bedrijven jaar na jaar op zoek zijn naar jongeren die ze mee kunnen kneden. Zij zijn op zoek naar mensen die het vak ten gronde willen leren kennen.” Dat wordt door beide opleidingsinstanties ook bevestigd: aan potentiële stagemeesters bij de ondernemingen zelf geen gebrek. Daarom is het volgens NSZ dringend zaak om de leertijd te re-booten en te herwaarderen. Jongeren moeten werkplekleren zien als een evenwaardig alternatief dat hen een mooie toekomst kan opleveren. Dat wordt overigens nu al bewezen: jongeren die zo’n opleidingstraject hebben gevolgd, hebben binnen het jaar 85 procent kans op een job. Bovendien gaat binnen de vijf jaar 18 procent van de leerjongens en – meisjes als zelfstandige aan de slag.
“Het probleem is dat ouders en leerlingen nog steeds een negatief beeld hebben over leren en werken”, weet Mattheeuws. “Volledig ten onrechte, trouwens. Kiezen voor een stiel die doorgaans beroepszekerheid met zich meebrengt is minstens even waardevol dan op je 18de afzwaaien met een ASO-diploma.” Overigens is het zo dat wie bij Syntra een opleidingstraject succesvol afrondt een diploma middelbaar onderwijs krijgt. Daarom vindt NSZ het nodig om in Vlaanderen en Wallonië een grootschalige promotiecampagne op te zetten om werkplekleren te stimuleren. In tijden dat heel wat sectoren en beroepen (zoals bouw, horeca, bakkers, slagers, loodgieters of kappers) smeken om goed opgeleide arbeidskrachten kan deze vorm van onderwijs niet langer stiefmoederlijk behandeld worden.
De ondernemersorganisatie vraagt ook om nieuwe, moderne beroepen uit de dienstverlenende sector op te nemen in het werkplekleren, vermits de focus nu iets te eenzijdig ligt op eerder ambachtelijke beroepen. Een uitbreiding van het pakket en een gezonde mix tussen eerder ambachtelijke en technologische beroepen kunnen de leertijd opnieuw aantrekkelijk maken. Mattheeuws: “In landen als Duitsland en Zwitserland is een beroepsopleiding, waarbij leren en werken gecombineerd worden, de norm. Dat moet ook in ons land mogelijk zijn.”
Ga naar het nieuwsoverzicht