Zelfstandigen en kmo’s niet langer bereid om op te draaien voor eerste maand arbeidsongeschiktheid

Categorie Werk
Zelfstandigen en kmo’s niet langer bereid om op te draaien voor eerste maand arbeidsongeschiktheid

42 procent van de ondernemers met personeel en de kmo’s wil dat zij de eerste maand arbeidsongeschiktheid van hun werknemers niet langer moeten betalen. Dat blijkt uit een grootschalig personeelsonderzoek van NSZ waaraan 835 micro-ondernemingen en kmo’s hebben deelgenomen. Op de vraag welk verworven recht dat hun personeel heeft zou moeten sneuvelen, is dat het topantwoord. “Onlogisch is dat niet, aangezien ondernemers pas na 1 maand arbeidsongeschiktheid een uitkering krijgen. Zo ver willen ze het voor hun werknemers niet drijven, maar ze zouden het wel logisch vinden dat wie ziek is vanaf dag één op de mutualiteit valt”, zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. 37 procent van de ondernemers wil dan weer dat de opzegtermijnen voor wie lang in dienst is aanzienlijk korter worden, terwijl 6 procent verzoekt dat er een einde wordt gesteld aan het verplicht outplacement bij ontslag.

Dat werknemers over een aantal verworven rechten beschikken, zal niemand in twijfel trekken. Toch blijkt dat micro-ondernemingen en kmo’s het bijzonder moeilijk hebben met twee van die rechten, zo geeft een onderzoek over personeel van NSZ aan waaraan 835 ondernemers deelnamen. In de eerste plaats hebben ze moeite met de actuele regelgeving rond arbeidsongeschiktheid. 42 procent ziet graag afgeschaft dat ze gedurende één maand moeten betalen voor werknemers die arbeidsongeschikt zijn. Tenzij het om een arbeidsongeval gaat, heeft die arbeidsongeschiktheid doorgaans niets met het werk te maken. “Ziek word je als mens, niet als werknemer, ambtenaar of zelfstandige”, legt Christine Mattheeuws uit. “Bovendien zullen werknemers die nu soms een snipperdag durven te nemen na bijvoorbeeld een druk weekend dan al eens twee keer nadenken om zich afwezig van het werk te melden. Het arbeidsverzuim zal er dus een pak door dalen.”

Indien dit verworven recht zou worden afgeschaft, zouden werknemers dan vanaf de eerste dag afwezigheid meteen op een uitkering van hun mutualiteit terugvallen. Die uitkering bedraagt tijdens de eerste zes maanden 60 procent van hun brutoloon en is daarna goed voor minstens een bepaald bedrag per dag (gaande van 53 tot 78 euro als gezinshoofd en 43 tot 78 euro als alleenstaande). Werknemers krijgen op die manier bij arbeidsongeschiktheid nog steeds meer dan een zelfstandige of een bedrijfsleider die uitvalt, want die krijgt de eerste maand helemaal niets en vervolgens een forfaitaire uitkering die volledig los staat van wat hij eerder verdiende. Dat werknemers meteen op de mutualiteit zouden aangewezen zijn, heeft nog het bijkomend voordeel dat die instanties beter uitgerust zijn om te controleren of die persoon wel degelijk ziek is.

37 procent ziet dan weer graag de lange opzegtermijnen voor werknemers die al een hele poos in dienst zijn gereduceerd. Neem bijvoorbeeld een werknemer die nu 20 jaar in dienst is en tot 31 december 2013 (voor de start van het eenheidsstatuut) een bruto jaarloon had van meer dan 32.254 euro, maar opeens zijn werk niet meer goed uitoefent. Indien hij wordt ontslaan, moet hij dan een opzegtermijn van 18 maanden (voor de periode voor het eenheidsstatuut) aangevuld met 12 weken (voor de periode sinds 1 januari 2014) presteren of moet de werkgever hem een verbrekingsvergoeding betalen die 21 maanden loon bedraagt. Voor micro-ondernemingen en kmo’s zijn dat sommen die dikwijls onmogelijk kunnen worden neergeteld. “Het eenheidsstatuut heeft daar voor bedienden wel al voor stuk een mouw aangepast, maar toch blijven die termijnen erg wegen”, weet de NSZ-voorzitter.

Tot slot vindt 6 procent van de ondervraagde ondernemers dat er paal en perk gesteld moet worden aan het verplicht outplacement. Outplacementprocedures zijn nu verplicht voor werknemers van 45 en ouder of met een opzeg van minstens 30 weken. Probleem is dat de kosten die verbonden zijn aan outplacement beslist niet mals zijn. Zeker voor micro-ondernemingen en kmo’s is de rekening hiervoor wel heel zwaar. Daarom zou het goed zijn mocht de overheid die kosten op zich nemen. De outplacementfactuur van bedrijven in moeilijkheden is nu al voor rekening van de overheid. NSZ stelt voor om deze regeling te veralgemenen naar alle bedrijven.

deel dit