Zelfstandigen eisen werkloosheidsuitkering

Categorie Sociaal
Zelfstandigen eisen werkloosheidsuitkering

Nagenoeg 1 op de 6 zelfstandigen in hoofdberoep had in 2016 een inkomen dat lager ligt dan 1115 euro per maand, dat is de Europese armoededrempel. Dat blijkt uit een analyse die NSZ maakte op basis van cijfers van het RSVZ, het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. Het aandeel hoofdberoepers met inkomsten onder de armoededrempel is de afgelopen tien jaren amper geëvolueerd: in 2006 bevonden 15,7 procent van de hoofdberoepers zich in dezelfde situatie. Dat heeft voor een stuk te maken met het feit dat nog te veel zelfstandigen financieel te weinig geletterd zijn, maar het is vooral het gevolg van de veel te beperkte sociale bescherming die zelfstandigen in moeilijkheden krijgen. “Daarom willen we het bestaande overbruggingsrecht uitbreiden naar een werkloosheidsuitkering voor zelfstandigen en pleiten we voor een volwaardige uitkering bij ziekte of arbeidsongeschiktheid vanaf dag één”, zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

Wie denkt dat alle zelfstandigen goed hun brood verdienen, denkt beter twee keer na. In 2016 verdienden maar liefst 109.469 zelfstandigen in hoofdberoep minder dan 12.500 euro per jaar. Dat is zelfs nog een stuk minder dan de Europese armoededrempel die 13.377 euro per jaar bedraagt voor alleenstaanden. De inkomsten van de zelfstandigen, waarover hier sprake, betreffen de bruto beroepsinkomsten, verminderd met de beroepsuitgaven en de beroepslasten. Dat is te vergelijken met het nettoloon van werknemers. 15,3 procent van alle zelfstandigen in hoofdberoep hadden vorig jaar dus inkomsten die de armoededrempel nog niet eens bereiken. Opvallend is bovendien dat het aandeel van de hoofdberoepers met inkomsten die zich onder de armoededrempel bevinden stabiel is gebleven. Tien jaar eerder, in 2006, verkeerden 15,7 procent van de hoofdberoepers in die situatie.

NSZ legt de verantwoordelijkheid hiervoor voor een groot stuk bij het ontbreken van een degelijke sociale bescherming voor zelfstandigen in moeilijkheden. Sinds 1 januari 2017 krijgen zelfstandigen via het overbruggingsrecht dan wel een uitkering wanneer ze hun zaak moeten stopzetten omwille van economische moeilijkheden, maar de voorwaarden hiervoor zijn stringent. Om aanspraak te kunnen maken op die uitkering moet een zelfstandige immers ofwel een leefloon krijgen of een vrijstelling van betaling van sociale bijdragen gekregen hebben of per jaar minder dan 13.010 euro aan inkomsten gehad hebben. In theorie zouden de 109.469 zelfstandigen in hoofdberoep die zich in 2016 onder de armoededrempel bevonden gebruik kunnen maken van het overbruggingsrecht omdat ze per jaar minder dan 13.010 euro aan inkomsten hebben, maar enerzijds blijft dit recht te onbekend en anderzijds zou het niet meer dan fair zijn dat ook alle zelfstandigen recht hebben op een werkloosheidsuitkering, ongeacht of ze, net als bij werknemers, veel of weinig inkomsten hadden. “Zelfstandigen merken immers zelf wanneer hun zaak de dieperik in gaat, maar nu moeten ze nog wachten om de bodem te bereiken alvorens op hulp te kunnen rekenen”, stelt Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ, vast. “Logisch is dat niet.”

De ondernemersorganisatie stelt ook vast dat ziekte en arbeidsongeschiktheid heel wat zelfstandigen naar armoede leidt. Op dit moment krijgen zelfstandigen tijdens de eerste maand arbeidsongeschiktheid helemaal niets en vanaf de tweede maand een forfaitaire uitkering die losstaat van hun eerder verdiende inkomsten. De federale regering besliste in het kader van het zomerakkoord wel om de carensmaand voor zelfstandigen vanaf 1 januari 2018 terug te brengen tot 14 dagen, maar dat blijft voor NSZ onvoldoende. “Wie arbeidsongeschikt wordt als zelfstandige moet vanaf dag één een uitkering krijgen in functie van het eerder verdiende inkomen”, vat de NSZ-voorzitter samen.

Toch is NSZ niet blind voor de realiteit en beseft de organisatie jammer genoeg dat nog te veel zelfstandigen elementaire financiële kennis ontberen om hun zaak naar behoren te runnen. Nog te veel ondernemers beschikken over onvoldoende vaardigheden om de financiële toestand van hun onderneming zelf in te schatten aan de hand van de cijfergegevens, zo bleek uit een doorgedreven doorlichting van 1808 Vlaamse ondernemingen door NSZ, Securex, Atradius, KVABB en Multiple Choice. Dat is nochtans van groot belang. Bij elke bedrijfsmatige beslissing zou een ondernemer moeten onderzoeken of de onderneming de risico’s aankan en of het wel het geschikte moment is om die beslissing daadwerkelijk te nemen. Het is in ieder geval toe te juichen dat financiële kennis en ondernemerschap sleutelcompetenties zullen worden in het Vlaams onderwijs. De ondernemersorganisatie stelt ook voor dat boekhouders een proactieve rol opnemen en zelfstandigen, meer dan vandaag het geval is, verwittigen wanneer bepaalde knipperlichten aangaan. Die praktijk moet echt ingeburgerd geraken.

deel dit