Sterke groei van tijdskrediet in 2015: tijdskrediet zonder motief afvoeren

Categorie Werk
Sterke groei van tijdskrediet in 2015: tijdskrediet zonder motief afvoeren

Nog nooit namen zoveel werknemers tijdskrediet op als in 2015, zo geven cijfers van de RVA aan. Vorig jaar nam het aantal opnemers van tijdskrediet met 6,5 procent toe tegenover 2014. Voor het eerst sinds 2009 is de stijging van het aantal werknemers met tijdskrediet zo spectaculair. Nochtans moet een werknemer die tijdskrediet wil opnemen sinds september 2012 rekening houden met strengere anciënniteits-, leeftijds-, en loopbaanvereisten en een kortere maximumduur. “Die verstrenging blijkt weinig uit te halen”, stelt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws vast. “Aangezien de federale regering nog aanzienlijk moet besparen, stellen we voor om de niet-noodzakelijke vormen van tijdskrediet te schrappen.”

In 2015 namen 143.387 werknemers tijdskrediet op, zo blijkt uit cijfers van de RVA. Dat zijn er 6,5 procent meer dan het jaar ervoor. Het gaat om een bijzonder opmerkelijke toename die sinds 2009 niet meer werd gerealiseerd.

De verstrengde regelgeving, die inging op 1 september 2012, leek aanvankelijk nochtans de nodige vruchten af te werpen, met een afname van het aantal tijdskredietnemers in 2013 en een beperkte toename ervan in 2014. Die strengere regels bepalen onder meer dat werknemers die tijdskrediet willen opnemen en hiervoor een vergoeding van de RVA willen krijgen al minstens 5 jaar aan het werk moesten zijn, waarvan 2 bij de actuele werkgever. Daarnaast moet tijdskrediet zonder motief sinds september 2012 worden opgenomen per minimumperiode van 3 maanden als het om voltijds tijdskrediet of halftijdse loopbaanvermindering gaat. Voor 1/5 loopbaanvermindering werd er een minimumperiode van 6 maanden ingevoerd. Nu, ruim drie jaar later, blijkt dat die verstrengde regels amper aan het succes van tijdskrediet geknabbeld hebben. Ook het niet meer geven van een uitkering bij tijdskrediet zonder motief, sinds 1 januari 2015, speelt geen rol.

Daarom stelt NSZ voor om het tijdskrediet zonder motief, dat onder meer gebruikt wordt voor het maken van een wereldreis of het inlassen van een tijdelijke carrièrepauze en dat in 2015 goed was voor 56 procent van alle tijdskredietdossiers binnen het algemeen stelsel, helemaal af te schaffen.

Het tijdskrediet met motief, voor de opvoeding van een kind onder de 8 jaar, het verlenen van palliatieve zorgen, het verzorgen van een zwaar ziek familielid of een gehandicapt kind of het volgen van een erkende opleiding, moet voor NSZ wel mogelijk blijven of in de loopbaanrekening opgenomen worden waarvan de federale regering in het regeerakkoord belooft werk te maken. Dat soort tijdskrediet heeft in de verste verte niets te maken met luxe, maar is daarentegen vaak een noodzaak. Daar wil de ondernemersorganisatie niet aan raken, al moeten eventuele misbruiken er wel uit.

Tot slot is er tijdskrediet binnen het stelsel einde loopbaan. Concreet: voor werknemers die het einde van hun loopbaan naderen (en die minstens 55 jaar zijn, al zijn er uitzonderingen vanaf 50). Het biedt het de mogelijkheid om hun prestaties te verminderen tot ze met pensioen gaan. Ook hier: als dat geldt om effectief langer te werken, is dat geen probleem voor NSZ, maar wel als dit geen enkele impact heeft op het effectief met pensioen gaan in ons land (nu nog steeds op 59 à 60 jaar). Dan is de meerwaarde ervan nihil. Door grondig door de verschillende stelsels van tijdskrediet te gaan, zou het voor de federale regering, die nog op zoek is naar ettelijke miljarden, een zinvolle besparing van 300 à 400 miljoen kunnen opleveren.

deel dit