Steeds meer vrouwelijke zelfstandigen blijven noodgedwongen aan de slag na hun pensioen

Steeds meer vrouwelijke zelfstandigen blijven noodgedwongen aan de slag na hun pensioen

Vorig jaar steeg het aantal vrouwelijke zelfstandigen dat actief was na pensioenleeftijd sterker dan het aantal mannelijke zelfstandigen dat aan de slag bleef na hun pensioen. Bovendien blijkt dat vrouwelijke zelfstandigen ook iets later op pensioen gaan dan hun mannelijke evenknieën. Dat heeft te maken met de sectoren waarin de meeste vrouwelijke zelfstandigen aan de slag zijn en het feit dat mannelijke zelfstandigen gemiddeld de helft meer verdienen, maar ook omdat vrouwen vroeger dikwijls enkele jaren stopten met werken om voor hun gezin te zorgen. “Hogere zelfstandigenpensioenen zijn voor alle zelfstandigen nodig, maar zeker voor de vrouwelijke ondernemers”, weet NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. “Een convergentie van alle pensioenstelsels dringt zich op.”

Eind 2017 waren er 1.086.805 zelfstandigen in ons land actief, waarvan 379.283 vrouwen, zo blijkt uit cijfers van het RSVZ, het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. 35 procent van alle zelfstandigen in ons land is dus vrouw, maar dat aandeel nam de voorbije jaren slechts heel licht toe. Opmerkelijk is wel dat het aantal vrouwelijke zelfstandigen dat actief was na pensioenleeftijd vorig jaar met maar liefst 7,6 procent steeg, van 24.264 in 2016 naar 26.112 in 2017. Ter vergelijking: het aantal mannelijke zelfstandigen actief na hun pensioen steeg in diezelfde periode met 6,4 procent.

Vrouwelijke zelfstandigen gaan bovendien later op pensioen dan hun mannelijke evenknieën. 64,65 jaar, op die leeftijd gingen vrouwelijke zelfstandigen in 2016 gemiddeld met pensioen, zo blijkt uit RSVZ-cijfers. Dat is later dan mannelijke zelfstandigen, die gemiddeld op 63,84 jaar voor hun pensioen kiezen.

Dat vrouwelijke zelfstandigen gemiddeld langer de aan de slag blijven en dat ze ook steeds meer actief blijven na pensioenleeftijd, heeft te maken met verschillende factoren. Ten eerste dat vrouwelijke zelfstandigen oververtegenwoordigd zijn in een aantal sectoren waarin de gemiddelde inkomsten aan de lage kant liggen, zoals de kleinhandel (met gemiddelde jaarinkomsten van 20.137 euro in 2016) en de dienstverlening (met gemiddelde jaarinkomsten van 13.436 euro in 2016), zoals schoonheidsverzorging. Gemiddeld verdienen mannelijke zelfstandigen 50 procent meer dan vrouwelijke zelfstandigen. Dat verschil in inkomsten laat vrouwelijke zelfstandigen vaak geen andere keuze dan langer te blijven doorwerken.

Daarnaast speelt ook de loopbaanvoorwaarde mee om het recht op vervroegd pensioen te openen. In 2017 bedroeg die 60 jaar bij een loopbaan van 43 jaar, 61 jaar bij een loopbaan van 42 jaar en 62,5 jaar bij een loopbaan van 41 jaar. Van de generatie vrouwen die nu met pensioen gaat, heeft er nog een heel deel gedurende een bepaalde periode niet gewerkt, doorgaans om voor de kinderen te zorgen. Dat zorgt er nu voor dat zij genoodzaakt zijn om langer te werken om voldoende pensioen over te houden.

NSZ verwacht dat de komende jaren het aantal vrouwelijke zelfstandigen dat actief blijft na pensioenleeftijd steeds verder zal toenemen en in scherpere mate dan bij de mannelijke zelfstandigen. “Vaak is dat noodgedwongen”, weet Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ. “Daarom blijven we ook hameren op hogere pensioenen voor zelfstandigen. Gemiddeld krijgt een zelfstandige vandaag per maand 860 euro aan pensioen. Dat is een aalmoes tegenover de werknemers (1200 euro gemiddeld per maand) en zeker tegenover de ambtenaren (2600 euro gemiddeld per maand). Alle statuten zullen naar mekaar moeten convergeren.”

deel dit