Overbruggingsrecht kent minder aanvragen en toekenningen in 2015

Overbruggingsrecht kent minder aanvragen en toekenningen in 2015

Een zelfstandige die failliet werd verklaard of zijn activiteit gedwongen moet stopzetten als gevolg van een ramp, een brand, een plotse allergie of vernielde bedrijfsgebouwen heeft tijdens zijn carrière gedurende maximaal 12 maanden recht op een overbruggingsrecht. Dat is sinds vorig jaar de nieuwe benaming voor de faillissementsverzekering. Nieuwe naam of niet, ook in 2015 kende dit dispositief voor zelfstandigen amper succes: 983 zelfstandigen deden een aanvraag om er gebruik van te maken en het overbruggingsrecht werd slechts in 537 gevallen toegekend. Wetende dat er in 2015 10.605 ondernemingen failliet gingen is dat erg weinig. Toch is er volgens NSZ beterschap op komst: op voorstel van minister Willy Borsus keurde de Kamercommissie Bedrijfsleven eind vorig jaar goed dat zelfstandigen die hun zaak om economische redenen moeten stopzetten ook van het overbruggingsrecht zouden kunnen genieten. “Dat ons strijdpunt weldra realiteit wordt, is niet meer dan terecht”, vindt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

In principe heeft een zelfstandige geen recht op een werkloosheidsuitkering, tenzij hij voor zijn zelfstandige activiteit lang genoeg gewerkt heeft als werknemer, maar dan moet hij onder meer minimum 6 maanden en maximum 15 jaar zelfstandige geweest zijn. De meeste zelfstandigen komen hiervoor dus niet in aanmerking en hebben enkel een overbruggingsrecht waarop ze kunnen terugvallen gedurende maximum 12 maanden doorheen heel hun carrière. Probleem is dat die verzekering te weinig gekend is en dus ook amper gebruikt wordt.

Wie gebruik maakt van dat overbruggingsrecht krijgt een maandelijkse uitkering van 1092,36 euro (als alleenstaande) tot 1431,80 euro (met minstens één persoon ten laste). Uit het totaal aantal aanvragen in 2015 blijkt dat slechts 9 procent van de gefailleerde ondernemers een aanvraag indient om beroep te kunnen doen op het overbruggingsrecht. 5 procent krijgt dat recht ook effectief toegekend.

Toch verwacht NSZ dat het overbruggingsrecht de komende jaren meer succes zal hebben, aangezien federaal minister van Zelfstandigen en Kmo’s Willy Borsus (MR) een belangrijke uitbreiding rond aan het krijgen is. Hij wil dat ook zelfstandigen die hun zaak stopzetten om economische redenen (denken we maar een handelaar die opeens een directe concurrent naast hem krijgt, ook al moeten de exacte modaliteiten hiervoor nog bepaald worden) ook gebruik kunnen maken van het overbruggingsrecht. Eind november 2015 keurde de Kamercommissie Bedrijfsleven deze uitbreiding in ieder geval al goed, waardoor deze maatregel nog zeker dit jaar een feit zal zijn.

NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws: “Deze uitbreiding is sinds jaren een belangrijke eis van onze organisatie. Het is immers logisch dat een ondernemer die omwille van economische redenen niet verder kan ook ondersteuning moet kunnen genieten. Wat is immers het alternatief? Dat hij de put verder ziet toenemen en uiteindelijk toch failliet gaat. Dan is het beter om vroeger in te grijpen, de zaak stop te zetten en gedurende maximaal 1 jaar financiële steun te krijgen. De nadruk van dat overbruggingsrecht moet voor ons op het hervatten van een activiteit liggen. Pas dan kan je spreken van een adequate bescherming voor zelfstandigen die om de één of andere reden in slecht vaarwater terecht zijn gekomen en bied je hen de nodige kansen.”

deel dit