Opvallend meer faillissementen in de horeca en pak minder starters in de kleinhandel in Brussel na aanslagen

Categorie Veiligheid
Opvallend meer faillissementen in de horeca en pak minder starters in de kleinhandel in Brussel na aanslagen

De aanslagen op Brussels Airport en het metrostation Maalbeek hebben ook gevolgen voor de Brusselse horeca en kleinhandel. Uit een analyse die NSZ maakte op basis van cijfers van handelsinformatieleverancier Roularta Business Information blijkt uit immers dat tussen april 2016 en februari 2017 het aantal faillissementen en het aantal stopzettingen bij Brusselse horecazaken toenam, resp. met 13 procent en 1,2 procent. In de Brusselse kleinhandel begonnen dan weer opvallend minder starters (-12 procent) een eigen zaak. “De verschillende steunmaatregelen van de federale en de Brusselse regering hebben beide sectoren bovendien voor erger behoed”, weet NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

Het zijn geen evidente maanden geweest voor de Brusselse horeca en kleinhandel. Na de aanslagen op het metrostation Maalbeek en Brussels Airport kwam er een pak minder binnenlandse en buitenlandse toeristen naar de hoofdstad afgezakt. Dat bleef niet gevolgen voor de horeca en de handel, twee sectoren die het niet alleen van de Brusselaars zelf moeten hebben, maar ook van klanten uit de Brusselse rand, dagjestoeristen uit heel het land en buitenlandse zakenreizigers en toeristen.

Hoewel vooral de eerste maanden na de aanslagen zorgden voor gevoelig minder klanten in winkels, cafés, restaurants en hotels, blijkt nu, één jaar na de aanslagen, dat de gevolgen voor beide sectoren niet min zijn. Tussen april 2016 en februari 2017 gingen er in de Brusselse horeca 13 procent meer zaken failliet in vergelijking met de periode april 2015-februari 2016. Het aantal faillissementen steeg er van 320 (april 2015-februari 2016) naar 362 (april 2016-februari 2017). Ook het aantal stopzettingen in de Brusselse horeca nam tijdens diezelfde periode toe, weliswaar minder, namelijk met 1,2 procent. In reële aantallen van 540 stopgezette zaken tussen april 2015 en februari 2016 naar 547 stopzettingen tussen april 2016 en februari 2017.

In de Brusselse kleinhandel daalde het aantal stopzettingen (-1,2 procent) en het aantal faillissementen (-1,5 procent) dan wel licht, maar daar stuikte tussen april 2016 en februari 2017 het aantal starters met 11 procent ineen ten opzichte van dezelfde periode het jaar ervoor. In reële aantallen van 838 opgestarte zaken tussen april 2015 en februari 2016 naar 745 starters tussen april 2016 en februari 2017. Minder mensen voelen zich dus sinds de aanslagen geroepen om met een winkel van start te gaan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De aanslagen deden het imago van Brussel geen goed, maar ook andere factoren spelen mee om de verminderde aantrekkingskracht van de hoofdstad te verklaren. De dagelijkse files in en rond Brussel, de frequente problemen met de tunnels of de voetgangerszone die geen onverdeeld succes blijkt te zijn, tasten het imago van Brussel natuurlijk ook aan. Heel wat Brusselaars en randbewoners deinzen er dan ook voor terug om daardoor belangrijke winkelassen in het centrum en aan Louisa te bezoeken.

Toch hadden de Brusselse horecazaken en winkels nog veel slechter af kunnen zijn. De steunmaatregelen van zowel de federale als de Brusselse regering hebben geholpen om Brusselse ondernemingen overeind te houden. Deze maatregelen werden al een aantal keren verlengd, tot en met 31 december 2016. Op federaal vlak ging het onder meer om onvoorwaardelijke economische werkloosheid wegens overmacht voor bedrijven in Brussel en Vlaams-Brabant en een wat beperktere variant voor andere ondernemingen. Ook op het vlak van werkgeversbijdragen, btw en bedrijfsvoorheffing werd tijdelijk soepeler omgesprongen met de termijnen, verhogingen en intresten in geval van laattijdige betaling. De horeca en de handel in Brussel en Zaventem konden dan weer de betaling van sociale bijdragen met één jaar uitstellen zonder verhoging. De Brusselse regering hielp ondernemingen in moeilijkheden via een tijdelijk systeem van garanties door het Brussels Garantiefonds, maar ook via crisiskredieten van 20.000 tot 200.000 euro die verstrekt werden door de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Brussel (GIMB). “Dat breed arsenaal aan maatregelen vormde een belangrijk schild bij de problemen waarmee Brusselse ondernemingen geconfronteerd werden na 22 maart 2016”, besluit Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ.

deel dit