Opmars vrije beroepen ronduit indrukwekkend: faillissementsprocedure moet hen meer bescherming bieden

Categorie Algemeen
Opmars vrije beroepen ronduit indrukwekkend: faillissementsprocedure moet hen meer bescherming bieden

De toename van het aantal zelfstandigen de afgelopen tien jaar is grotendeels het gevolg van de opmerkelijke toename van het aantal vrije beroepers. Tussen 2006 en 2016 nam hun aantal met 63,5 procent toe, waardoor de vrije beroepen ei zo na de grootste sector vormen binnen de zelfstandige beroepen. Inmiddels is bijna 30 procent van alle zelfstandigen een vrije beroeper. De sector is de afgelopen tien jaar ook verder vervrouwelijkt: 44,4 procent van alle vrije beroepers is een vrouw. Midden juli werd er een wet goedgekeurd die ervoor zorgt dat vrije beroepers vanaf 1 mei 2018, net als andere zelfstandigen, ook failliet kunnen gaan. “Op die manier kunnen ze een betere bescherming krijgen wanneer het mis zou gaan en kunnen ze een faillissement afwenden”, legt Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ, uit. Wanneer het toch fout gaat en de vrije beroeper failliet gaat, wordt er naast een curator ook een medecurator aangesteld die hetzelfde vrije beroep uitoefent. Ook dat is positief.

De vrije beroepen zijn een sector in volle ontwikkeling. Op tien jaar tijd nam hun aantal met 63,5 procent toe, terwijl het totaal aantal zelfstandigen tijdens die periode ‘slechts’ met 20,5 procent toenam. Eind 2016 waren er 314.374 vrije beroepers actief in ons land, zo blijkt uit cijfers van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). Het is de grootste sector na de handel, een sector waarin 329.048 zelfstandigen werkzaam zijn. Vermits het aantal vrije beroepers jaar na jaar stijgt en de handel al een aantal jaren klappen krijgt, is het slechts een kwestie van tijd vooraleer de vrije beroepen de sterkst vertegenwoordigde zullen zijn.

Jaar Aantal Vrije beroepers Aantal zelfstandigen
2006 192.329 880.622
2011 251.464 969.896
2015 295.179 1.035.469
2016 314.374 1.058.522

 

Een andere vaststelling is dat het vrije beroep stevig vervrouwelijkt. Inmiddels is 44,4 procent van alle vrije beroepers een vrouw, terwijl het in 2006 nog ging om 41,9 vrouwen. Wetende dat het totaal aantal vrouwelijke zelfstandigen zich eind 2016 beperkte tot 34,7 procent, leggen de vrije beroepen op het vlak van vrouwelijk ondernemerschap zeer goede resultaten voor. In bepaalde vrije beroepen is er zelfs een meerderheid vrouwen actief. Dat is het geval bij de paramedici (73,8 procent), de apothekers (56,7 procent), de tolken, vertalers, publicisten en journalisten (51,1 procent), de tandartsen (50,8 procent), de wetenschappers (50,3 procent) en de dierenartsen (50,3 procent). Daarnaast is ook nog 47 procent van alle advocaten vrouw.

Naar verklaringen is het niet ver zoeken. “Studierichtingen die toegang bieden tot een vrij beroep lokken al jaren steeds meer meisjes. Dat de meeste vrije beroepen fysiek minder zwaar zijn, speelt daarbij wellicht mee”, zegt Christine Mattheeuws. Maar er is meer. “We weten al langer dat de Vlaming nogal risicoschuw is als het op ondernemen aankomt. Elke crisis versterkt die angst nog. Vrije beroepen zijn echter een pak minder conjunctuurgevoelig: crisis of niet, er zullen altijd mensen zijn die ziek worden, met hun rug sukkelen, uit de echt scheiden of hun huisdier moeten laten vaccineren. Bovendien zien we de laatste jaren dat vrije beroepers meer en meer gaan samenwerken in zogeheten ‘associaties’. Op die manier kunnen ze werk en privé beter met elkaar verzoenen – een argument dat voor vrouwen nog altijd zwaarder doorweegt dan voor mannen, laten we een kat een kat noemen. Zo’n samenwerkingsverband maakt het ook makkelijker om deeltijds te werken, iets wat voor een handelaar bijvoorbeeld veel moeilijker ligt omdat die nu eenmaal gebonden is aan openingsuren.

Al heeft de medaille ook een keerzijde: hoe meer aanbieders, hoe groter de concurrentie. En dus hoe groter het risico op financiële problemen en zelfs faillissementen. Juist daarom zijn we tevreden met de nieuwe insolventiewet waarvoor minister van Justitie Koen Geens deze zomer groen licht kreeg in de Kamer”, zegt NSZ. Die wet biedt vrije beroepers in moeilijkheden vanaf 1 mei volgend jaar de kans om in alle stilte – en begeleid door een medecurator die hetzelfde beroep uitoefent en de uitdagingen dus kent – een reorganisatie door te voeren en een doorstart te maken.” Daardoor kunnen de vrije beroepers vanaf 1 mei 2018 ook failliet gaan. “En dus ook de nodige bescherming krijgen wanneer het mis gaat, zoals de mogelijkheid om een minnelijk akkoord af te sluiten met schuldeisers of de wet op de continuïteit van ondernemingen toe te passen”, zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. “Toch zal men er alles aan doen om een faillissement af te wenden. Vrije beroepers die in financiële moeilijkheden verzeild geraken, zullen in de eerste plaats de kans krijgen om zich te reorganiseren. Pas als er geen licht aan de einder meer is, zal de vrije beroeper failliet verklaard worden.”

“Vrije beroepers die failliet zijn gegaan, zullen ook gemakkelijk kunnen herstarten, want zij mogen nog tijdens de faillissementsprocedure een nieuwe activiteit opstarten en de inkomsten daarvan moeten ze niet afstaan aan de curator. Dat is een goede basis voor tweede kans-ondernemerschap”, besluit Christine Mattheeuws.

deel dit