NSZ eist dat proefperiode zo snel mogelijk opnieuw wordt ingevoerd

NSZ eist dat proefperiode zo snel mogelijk opnieuw wordt ingevoerd

NSZ dringt er bij de federale regering op aan om de proefperiode zo snel mogelijk opnieuw in te voeren. “Vanuit de zelfstandigen en de kmo’s is daar echt een grote vraag naar”, bevestigt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. “Zij begrijpen echt niet waarom de opzeg voor iemand die pas in dienst is nu verdubbeld is tegenover vroeger toen de proeftijd nog bestond.” Bovendien stelt NSZ vast dat er overal in onze buurlanden nog wel gewerkt wordt met een proefperiode. Logisch, want die bewijst haar nut. Het afschaffen van de proefperiode was ongetwijfeld de grote stommiteit die het eenheidsstatuut met zich meebracht. Bovendien heeft die ook een invloed op de tewerkstelling: micro-ondernemingen en kmo’s geven nu niet meer zo snel een contract van onbepaalde duur aan hun nieuwe medewerkers.

Voor NSZ is het afschaffen van de proefperiode een grote stommiteit die het eenheidsstatuut met zich meebracht. En dat zowel voor werkgevers als voor werknemers. Een onderneming die nu iemand die pas aangeworven is wil ontslaan, moet rekening houden met een opzeg van minimum twee weken. Toen de proefperiode van zes maanden nog bestond, bedroeg die opzeg maximaal één week. Vermits de crisis amper verteerd is en de loonkost nog steeds de pan uit swingt, is dat verschil absoluut niet verwaarloosbaar voor micro-ondernemingen en kmo’s.

Maar ook werknemers hebben baat bij het herinvoeren van een proeftijd. Bedrijven werken nu immers meer met uitzendkrachten en werknemers met een contract van bepaalde duur. Uit het groot personeelsonderzoek van NSZ, waaraan 835 ondernemingen hebben deelgenomen, bleek dat 65 procent wel nog steeds een contract van onbepaalde duur aanbiedt, maar dat 19 procent nu werkt met een contract van bepaalde duur en 16 procent met interimcontracten. Voor de invoering van het eenheidsstatuut (en dus voor 2014) gaf 76 procent van de bedrijven een contract van onbepaalde duur, 12 procent een contract van bepaalde duur en nog eens 12 procent een uitzendcontract. Nadeel hiervan voor de werknemers is dat ze op de lange termijn niets kunnen uitbouwen, want zonder contract van onbepaalde duur is het niet evident om pakweg een woonst te huren of te kopen. “Daarom begrijpen we helemaal niet waarom de vakbonden mordicus tegen het herinvoeren van de proeftijd zijn”, vervolledigt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. “Wie nu nog maanden aarzelt om de proefperiode opnieuw in te voeren, rammelt ook met de duurzame arbeid in ons land.”

Bovendien stelt NSZ vast dat er in al onze buurlanden met een proefperiode wordt gewerkt. In Nederland bedraagt de proefperiode 1 maand bij een tijdelijk arbeidscontract van meer dan 6 maanden maar maximum 2 jaar of bij een tijdelijk contract zonder einddatum. Bij andere arbeidsovereenkomsten bedraagt die 2 maanden. Alleen bij een arbeidscontract van maximum 6 maanden mag er geen proeftijd worden afgesproken. In Duitsland bedraagt de proefperiode zes maanden, ongeacht of het om een contract voor bepaalde duur gaat of om een contract voor onbepaalde duur. En ook in Frankrijk werkt men met een proefperiode die 4 maanden bedraagt voor arbeiders en bedienden, 6 maanden voor technici en 8 maanden voor kaderfuncties.

Mits de politieke wil er is, kan de proefperiode snel heringevoerd worden. Een wetsvoorstel van N-VA-parlementslid Zuhal Demir kan daarbij als uitgangspunt genomen worden. Haar voorstel gaat uit van een proefperiode van twee maanden bij een contract van onbepaalde duur en van één maand bij een contract van bepaalde duur. Ter herinnering: voor het invoeren van het eenheidsstatuut bedroeg de proefperiode bij bedienden maximaal één jaar en bij arbeiders maximaal 14 dagen.

deel dit