Nog heel wat potentieel om werkzoekenden met een arbeidshandicap aan een baan te helpen

Categorie Werk
Nog heel wat potentieel om werkzoekenden met een arbeidshandicap aan een baan te helpen

De Vlaamse ondersteuningspremie (VOP), een premie die werkgevers kunnen aanvragen om personen met een handicap in dienst te nemen, kende ook vorig jaar een stevige opmars. Het aantal toegekende premies in de privésector nam in 2015 met 5 procent toe tegenover 2014. Op vijf jaar is de evolutie ronduit spectaculair: het aantal ondersteuningspremies nam tussen 2010 en 2015 met 43 procent toe in de privésector, de sector waarbinnen 92 procent van alle VOP’s worden toegekend. “En toch zijn we ervan overtuigd dat het aantal ondersteuningspremies nog een pak hoger kan liggen”, weet NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. “Zeker wanneer we zien dat er in januari van dit jaar 32.824 personen met een arbeidshandicap werkloos waren, goed voor 1/7de van alle werkzoekenden in Vlaanderen.”

De VOP is een loonkostensubsidie voor werkgevers die personen met een handicap in dienst nemen. Gedurende het eerste jaar bedraagt de premie 40 procent van de loonkost, het jaar daarop 30 procent en daarna gedurende drie jaar 20 procent. Na vijf jaar kan er een verlenging van nog eens vijf jaar worden toegekend. De VOP kan worden aangevraagd in de private sector, het onderwijs en bij de openbare en lokale besturen. Tussen 2010 en 2015 is het aantal VOP’s in de privésector met 43 procent toegenomen, van 7939 dossiers in 2010 tot 11.392 dossiers vorig jaar. In 2015 was de privésector goed voor 92 procent van alle toegekende VOP’s.

Toch is NSZ ervan overtuigd dat de VOP nog een groot potentieel heeft bij de kmo’s en de micro-ondernemingen in Vlaanderen. Nu valt het immers op dat proportioneel gezien meer grotere bedrijven de ondersteuningspremie inschakelen in vergelijking met de kleinere ondernemingen. Op zich is dat niet onlogisch, aangezien grotere ondernemingen een HR-afdeling hebben die op de hoogte is van alle mogelijke tewerkstellingspremies en -subsidies. “Hoe jammer dat ook is, maar kleine bedrijfjes, die nochtans erg gebaat zijn bij alle mogelijke maatregelen om de loonkost in te perken, kennen het aanbod onvoldoende”, zegt Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ. “Organisaties als de onze hebben daar een rol bij te spelen, maar het zou anderzijds ook opportuun zijn om de VOP met een gerichte promotiecampagne in de verf te zetten. Zo zullen meer werkgevers weten het aanbod kennen en zullen personen met een arbeidshandicap meer kansen krijgen, wat uiteraard alleen maar positief is, wetende dat eind januari 14 procent van alle werkzoekenden in Vlaanderen een arbeidshandicap had. Zeker nu het voor kmo’s weer veel moeilijker is om geknipt personeel aan te werven, hebben we nood aan iedereen die de handen uit de mouwen wil slaan.”

Daarnaast is er ook een VOP voor zelfstandigen, maar die kent gevoelig minder succes, met 38 dossiers in 2010 en 116 dossiers in 2015. Dat is erg weinig, wetende dat  zelfstandigen een tegemoetkoming kunnen krijgen zolang hun belastbaar bedrijfsinkomen hoger is dan het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMI) van 1501,82 euro dat het referteloon is. Van het eerste tot en met het vijfde kwartaal krijgen zelfstandigen 40 procent van het referteloon, vanaf het zesde kwartaal tot het einde van de tewerkstelling krijgen ze 20 procent van het referteloon. Ook zij kunnen de premie verlengen na vijf jaar.

deel dit