Modewinkels afgestraft wanneer ze onverkochte producten wegschenken na solden

Categorie Handel
Modewinkels afgestraft wanneer ze onverkochte producten wegschenken na solden

Ondanks een vrij goede soldenperiode blijven de schoenen- en kledingwinkels nog met aanzienlijk meer onverkochte producten opgescheept zitten aan het einde van deze solden tegenover de voorbije jaren. Dat heeft alles te maken met de enorm slechte verkoop tijdens het najaar. Gemiddeld ligt er nu nog steeds 15 à 20 procent van de volledige herfst- en wintercollectie in de rekken, maar modedetailhandelaars kunnen die niet blijven uitstallen. De overgrote meerderheid houdt die onverkochte kledij en schoenen bij voor een volgend promomoment, terwijl 4 procent die stocks wegschenkt aan minderbedeelden of goede doelen. “Het is alleen jammer dat die goede inborst van de modedetailhandelaars afgestraft wordt door de stugge houding van de btw-administratie. Op weggeschonken kledij moet er immers btw betaald worden. Probeer dat maar eens te begrijpen”, zegt Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ.

De wintersolden mogen dan wel gunstig verlopen zijn voor de modedetailhandel met een gemiddelde omzetstijging van 3,5 procent, maar toch blijven ze aan het einde van deze koopjesperiode met 15 à 20 procent van de totale herfst- en wintercollectie zitten, zo blijkt uit een enquête die NSZ afnam bij 414 zelfstandige kleding- en schoenenwinkels. Dat is het gevolg van het desastreus najaar. Maar mode is seizoensgebonden en daarom kunnen die winkels hun oude collecties niet zomaar laten hangen en is er ruimte nodig voor de lente- en zomercollectie.

Vraag is dan wat die modezaken doen met hun onverkochte goederen. De overgrote meerderheid (78 procent) houdt die stock in bewaring. Ze doen dat om meteen na de solden een rek vrij te houden voor kleding die aan een unieke prijs wordt verkocht of gebruiken die items bij volgende kortingsdagen, zoals mid season-acties. Tussenseizoenen worden voor modehandelaars immers steeds belangrijker. 13 procent van de kleding- en schoenenwinkels verkoopt hun stock dan weer aan een outletcenter, een tweedehandswinkel of een pop-up shop, terwijl 5 procent een beroep doet op een opkoper die enkele euro’s per kilo kledij betaalt.

4 procent van de modedetailhandelaars schenkt hun onverkochte kledij en schoenen of een deel daarvan weg aan minderbedeelden of goede doelen. Alleen worden ze daar, jammer genoeg, totaal niet toe aangemoedigd. Wanneer zo’n schenking gebeurt, wordt die immers door de btw-administratie gelijkgesteld aan een verkoop en moet er btw worden betaald op de normale prijs, ook al heeft de kleding- of schoenenwinkel hier nooit één euro voor gekregen. “Logisch kan je dat helemaal niet noemen”, vindt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. “Meer nog, eigenlijk is het voor die winkels financieel voordeliger om hun onverkochte kleren en schoenen te vernietigen, want dan wordt hen geen btw aangerekend.” Op aandringen van NSZ kwam er vorig jaar een btw-vrijstelling voor voedingswinkels die hun voeding wegschenken aan het lokale OCMW en goede doelen die erkend waren door dat OCMW. “We zullen nu nogmaals met minister van Financiën Johan Van Overtveldt rond de tafel gaan zitten om ook voor de schenking van kleding en schoenen een gelijkaardige vrijstelling te bekomen. Het is immers absurd om ondernemers die hun goed hart tonen daar financieel voor te bestraffen.”

deel dit