Inkomsten zelfstandigen afgelopen vijf jaar met 3,2 procent gedaald

Categorie Sociaal
Inkomsten zelfstandigen afgelopen vijf jaar met 3,2 procent gedaald

Zelfstandigen uit de dienstensector en de landbouw verdienen gemiddeld per jaar ongeveer evenveel dan de Europese armoededrempel die voor ons land op 1074 euro per maand ligt voor een alleenstaand persoon. Enkel met de inkomsten uit hun zelfstandige activiteit komt een substantieel deel van de zelfstandigen er niet, zodat ze al moeten rekenen op de inkomsten van hun partner. Dat ligt, nu er steeds meer singles en éénoudergezinnen zijn, echter niet voor de hand. Gemiddeld verdienden alle zelfstandigen in 2014 20.941 euro per jaar. Dat is 1745 euro per maand, zonder vakantiegeld en dertiende maand. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om een nettobedrag, namelijk de bruto beroepsinkomsten verminderd met de beroepsuitgaven en de beroepslasten. Ten opzichte van 2013 namen hun inkomsten gemiddeld met 2 procent toe, maar tegenover vijf jaar geleden daalden ze dan weer met 3,2 procent. “Het is een goede zaak dat de federale regering anderhalve week geleden besliste om de sociale bijdragen die zelfstandigen moeten betalen te verlagen van 22 naar 20,5 procent, maar er zijn nog andere versterkingen nodig aan hun sociaal statuut”, stelt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

In 2014 verdienden zelfstandigen gemiddeld 20.941 euro op jaarbasis, omgerekend 1745 euro per maand zonder vakantiegeld of dertiende maand. Opvallend is dat zelfstandigen uit de diensten- en landbouwsector gemiddeld gevoelig minder verdienden. Zelfstandigen uit de dienstensector moesten zich vorig jaar tevreden stellen met een gemiddeld inkomen van 12.882 euro per jaar (1073,5 euro per maand) en dat terwijl de Europese armoededrempel voor ons land 1074 euro bedraagt voor een alleenstaand persoon. Ook de landbouwsector blijkt geen vetpot te zijn: landbouwers verdienden vorig jaar 13.198 euro, goed voor 1099 euro per maand en dus ook amper meer dan de armoedegrens. Zonder inkomsten van een partner of eventueel een andere professionele activiteit is het voor hen dus moeilijk om te overleven.

Op vijf jaar tijd (tussen 2010 en 2014) namen de gemiddelde inkomsten van de zelfstandigen af met 3,2 procent. Ten opzichte van 2013 namen de gemiddelde inkomsten van de zelfstandigen vorig jaar dan weer toe, met 2 procent meer bepaald. Ten opzichte van vijf jaar geleden daalden de inkomsten in alle sectoren (vooral in de landbouw met min 17 procent en bij de vrije beroepen met min 6 procent), behalve in de dienstensector (een minieme toename van 1,8 procent tussen 2010 en 2014).

Het is voor NSZ van groot belang om het sociaal statuut van de zelfstandigen grondig aan te sterken. Daarom is het uitstekend dat de federale regering in het kader van de taks shift beslist heeft om het tarief van de sociale bijdragen die zelfstandigen moeten betalen in drie fases af te bouwen: van 22 procent nu naar 21,5 procent vanaf 2016, 21 procent in 2017 en tot slot naar 20,5 procent in 2018. Daar hebben zelfstandigen meer dan 20 jaar op moeten wachten. Toch zullen er nog andere, noodzakelijke ingrepen moeten komen om te vermijden dat al te veel zelfstandigen in een sociaal kwetsbare positie terecht komen. “Zo zijn een uitgebreide faillissementsverzekering, een stopzettingsvergoeding voor zelfstandigen wiens zaak niet levensvatbaar is en de boeken willen neerleggen en een ziekte-uitkering voor alle zelfstandigen en dat vanaf de eerste dag ziekte nog steeds absolute prioriteiten”, zegt Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ. “Het is vooral het ontbreken van een sluitend vangnet dat er immers voor zorgt dat zelfstandigen in de problemen komen.”

deel dit