Het statuut van bijberoep zou meer een springplank moeten zijn naar voltijds ondernemerschap. Dat is vandaag nog te weinig het geval

Tags
Categorie Ondernemen
Het statuut van bijberoep zou meer een springplank moeten zijn naar voltijds ondernemerschap. Dat is vandaag nog te weinig het geval

250.263 werknemers en ambtenaren hebben een tweede job als zelfstandige. Het aantal zelfstandigen in bijberoep is de laatste vijf jaar met 12 procent gestegen, dit terwijl het aantal zelfstandigen in hoofdberoep slechts met 7 procent is gestegen.   Verder blijkt dat gemiddeld slechts 5 procent van de bijberoepers doorstroomt naar het statuut van zelfstandige in hoofdberoep. Dat blijkt een analyse door NSZ van cijfers van Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ). NSZ vindt dat de overgang van bijberoep naar hoofdberoep moet aangemoedigd worden met steunmaatregelen. “Het statuut van bijberoep zou meer een springplank moeten zijn naar voltijds ondernemerschap. Dat is vandaag nog te weinig het geval”, aldus NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

In 2013 waren er in België 222.678 werknemers en ambtenaren die een tweede job hadden als zelfstandige, in 2017 waren dit er al 250.263. Dat betekent een stijging van 12 procent. Ter vergelijking, in 2013 waren er in België 626.783 zelfstandigen in hoofdberoep, terwijl dit er in 2017 670.091 waren: een stijging van 7 procent.
Zelfstandigen in bijberoep maakten in 2017 24 procent uit van de totale populatie aan zelfstandigen. Van 2016 naar 2017 maakten slechts 11.776 zelfstandigen in bijberoep de overstap naar zelfstandige in hoofdberoep, dat is slechts 5 procent. Het procentueel aantal zelfstandigen in bijberoep dat overstapt naar zelfstandige in hoofdberoep blijft de laatste vijf jaar ook stabiel op die vijf procent. NSZ vindt dit bitter weinig. Daarenboven wijst een onderzoek van NSZ, waaraan 586 ondernemers hebben deelgenomen, uit dat  61 procent van de bijberoepers in dit statuut wil blijven, 19 procent van de bijberoepers weet nog niet wat hij in de toekomst met zijn bijberoep van plan is, 11 procent wil overstappen van bijberoep naar hoofdberoep (maar doen het niet altijd) en 9 procent wil in de nabije toekomst alle zelfstandige activiteit stopzetten. Zelfstandigen in bijberoep geven verschillende redenen aan waarom zij niet overstappen naar een voltijds zelfstandigenstatuut, de voornaamste zijn:  de veiligheid van een inkomen uit een vaste job als werknemer/ambtenaar niet verliezen (76%), het niet verliezen van de sociale voordelen als werknemer/ambtenaar (58%), de opbrengsten uit de zelfstandige activiteit zijn onvoldoende (44%), om persoonlijke/familiale redenen (29%) en het leuk vinden om te focussen op verschillende zaken (27%).
Het zelfstandigenstatuut, dat nog steeds ongelijkheden bevat ten opzichte van het werknemers- en het ambtenarenstatuut, is volgens NSZ nog steeds de grootste reden waarom velen hun zelfstandige activiteiten in bijberoep niet inruilen voor een activiteit als zelfstandige in hoofdberoep. “ Het is duidelijk dat velen de sprong niet wagen omdat ze hun sociale voordelen en een vast inkomen nog steeds zien als ultiem vangnet wanneer het minder goed gaat. Begrijpelijk van hun kant, maar is tegelijk het ultieme teken dat er wel degelijk zin in ondernemen is, maar dat het sociaal statuut van zelfstandigen dringend moet gelijkgesteld worden aan de andere statuten”, aldus NSZ – voorzitter Christine Mattheeuws.

 

Opmerkelijk is dat vrouwen steviger vertegenwoordigd zijn in de groep zelfstandigen in bijberoep (40%) dan in de totale populatie zelfstandigen (34%). Bijberoepers vindt men vooral onder de paramedici (verpleegster, psychologen, kinesisten,…), bij de intellectuele beroepen (IT-ers, consultants, …) en de bouw. Vrouwelijke bijberoepers zijn het vaakst te vinden bij de paramedici, de schoonheidszorg en bij ‘tussenpersonen’ (makelaars, handelsreizigers,…). Mannelijke bijberoepers zijn voornamelijk te vinden in de bouw, bij de intellectuele beroepen en in de kleinhandel. Uit het onderzoek blijkt dat de  reden waarom mensen kiezen voor een bijberoep divers zijn, toch is voor bijna de helft (46%) de voornaamste drijfveer ‘extra bijverdienen’. Anderen willen een hobby lucratief maken (25%), zelfstandig zijn ‘uitproberen’ (16%), zich wapenen tegen jobverlies (8%) of hebben andere motieven (5%), zoals bijvoorbeeld het uitdiepen van een bepaalde sector om professionele redenen. NSZ vindt het begrijpelijk dat mensen iets extra willen bijverdienen, maar vindt dat het statuut van zelfstandige in bijberoep voornamelijk moet bestaan als springplank om voltijds ondernemer te worden binnen het statuut van hoofdberoep.

 

De overgang van bijberoep naar hoofdberoep moet volgens NSZ meer gesteund worden door de overheid. In het Waalse Gewest kunnen bijberoepers reeds beroep doen op het programma ‘Airbag’. Een financiering van maximum 12.500 euro gericht op onder meer personen die van een zelfstandige activiteit in bijberoep naar een zelfstandig hoofdberoep wensen te gaan. NSZ is tevreden met dit programma, maar zou graag de voorwaarden willen herbekijken. Die zijn nu te streng, waardoor er toch nog geïnteresseerden uit de boot vallen.  In 2017 werden 278 dossiers in het kader van ‘Airbag’ ingediend, waarvan er 265 werden goedgekeurd. In 2018 ging  het om 517 dossiers ingediend, waarvan de Waals minister voor Economie en Werk, Pierre-Yves Jéholet, er 501 goedkeurde.
In Vlaanderen en Brussel bestaat zo’n programma niet. NSZ is ervan overtuigd dat zowel een verbetering van het sociaal statuut van zelfstandigen, als een goede begeleiding en steun van de overheid nodig zijn om bijberoepers te overtuigen om zelfstandige in hoofdberoep te worden er voor zullen zorgen dat het Belgisch ondernemersklimaat een stevige boost krijgt.

deel dit