Economische crisis ligt achter ons, maar armoede bij zelfstandigen blijft erg hoog

Categorie Werk
Economische crisis ligt achter ons, maar armoede bij zelfstandigen blijft erg hoog

1 op de 6 zelfstandigen in hoofdberoep verdient per jaar minder dan 12.500 euro. Dat is 500 euro minder dan de Europese armoedenorm die voor een alleenstaande dit jaar 13.020 euro bedraagt, zo blijkt uit onderzoek van NSZ op basis van gegevens van het RSVZ, het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. “De crisis mag dan wel voor een groot stuk achter ons liggen, het aantal voltijdse zelfstandigen die minder verdienen dan de Europese armoededrempel blijft enorm hoog”, stelt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws vast. “Om die armoede aan te pakken zijn er zowel fiscale als sociale ingrepen nodig.”

Vorig jaar verdienden 111.523 zelfstandigen in hoofdberoep minder dan 12.500 euro per jaar, terwijl de Europese armoedenorm voor een alleenstaande op 1085 euro per maand ligt en dus 13.020 euro per jaar. In totaal gaat het om 15,8 procent van alle zelfstandigen in hoofdberoep (die vorig jaar met 704.373 waren). De inkomsten, waarover hier sprake, betreffen de bruto beroepsinkomsten, verminderd met de beroepsuitgaven en de beroepslasten. Dat is te vergelijken met het nettoloon van werknemers. Die laatste hebben trouwens veel minder kans om in de armoede verzeild te geraken: volgens het Steunpunt tot Bestrijding van Armoede, Bestaansonzekerheid en Sociale uitsluiting zijn ‘slechts’ 3,5 procent van de werknemers arm.

Het probleem bij de zelfstandigen is dat hun inkomenstaart erg ongelijk verdeeld is. 80 procent van de zelfstandigen is immers slechts goed voor 40 procent van de inkomens, terwijl 20 procent van alle zelfstandigen dus 60 procent van de inkomens wegkaapt. Die beperkte groep zelfstandigen is dus erg welstellend, maar de hoofdmoot heeft het veel harder te verduren, zoals ook hun inkomsten aantonen.

Om de armoede bij zelfstandigen aan te pakken, pleit NSZ voor meerdere maatregelen. Twee daarvan worden binnenkort al ingevoerd. Zo zal een zelfstandige die zijn zaak moet stopzetten om economische redenen, bijvoorbeeld een lokale voedingswinkel die opeens zware concurrentie krijgt van een nabijgelegen supermarkt, vanaf 1 januari 2017 gedurende maximaal 12 maanden kunnen genieten van een overbruggingsrecht en een uitkering krijgen van 1092,36 euro (als alleenstaande) tot 1431,80 euro (met minstens één persoon ten laste). “Die maatregel kan onheil voorkomen en zal ervoor zorgen dat de put niet nog dieper wordt voor zelfstandigen die van geen hout meer pijlen kunnen maken.”

Op Vlaams niveau wordt er dan weer werk gemaakt van een betere vergoeding bij hinder door openbare werken. Zeker wanneer zo’n werken lang aanslepen, kunnen ze handelszaken helemaal de dieperik in duwen. Daarom is het goed dat getroffen handelaars met een zaak binnen de werfzone en die minstens gedurende een maand hinder ondervinden vanaf 1 juli 2017 automatisch en zonder sluitingsverplichting een hinderpremie zullen krijgen van 2000 euro bruto. Wie toch de deuren moet sluiten, krijgt vanaf de 21ste dag nog een compensatie van 80 euro per dag.

NSZ is ervan overtuigd dat beide maatregelen de armoede zullen terugdringen, maar toch niet zullen volstaan. “Ook op andere fronten vragen we ingrepen”, aldus Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ. Zo moet de vennootschapsbelasting drastisch dalen. In ruil kan er gesnoeid worden in de vele aftrekposten waar nu toch vooral alleen maar grote ondernemingen van profiteren. Die rechtvaardigere fiscaliteit is alleen maar in het voordeel van de vele zelfstandigen die nu met moeite rondkomen.” Tot slot moet een gereduceerde administratieve last hierbij ook zoden aan de dijk brengen. Zelfstandigen zijn vaak per dag uren zoet met allerhande administratie. Die tijd kunnen zij niet in productieve zaken steken en is dus eigenlijk verloren.

deel dit