Besteed aandacht aan ondernemerschap in elke richting middelbaar onderwijs

Besteed aandacht aan ondernemerschap in elke richting middelbaar onderwijs

Het aantal ondernemers jonger dan dertig is in 2016 met 2,7 procent toegenomen ten opzichte van 2015, zo blijkt uit een analyse van NSZ op basis van gegevens van het RSVZ, het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. Dat is amper meer dan het stijgingspercentage van het totaal aantal zelfstandigen, dat 2,2 procent bedraagt. In 2014 en 2015 steeg het aantal jonge ondernemers veel opmerkelijker. “Ons land heeft nochtans nood aan jong ondernemersbloed, want de babyboomgeneratie zwaait stilaan af”, weet Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ. “Een maatregel zoals de verlaagde sociale bijdragen voor starters, die eind januari unaniem in de Kamer goedgekeurd werd en ingaat op 1 april 2018, kan daarbij zeker helpen, maar daarnaast is het ook absoluut nodig dat ons onderwijs veel meer aandacht besteedt aan ondernemerschap. Niet alleen binnen het duaal leren, maar sowieso in elke studierichting vanaf het middelbaar onderwijs.”

11 procent van alle zelfstandigen was eind 2016 dan 30 jaar. In totaal ging het om 116.207 jonge zelfstandigen, goed voor een toename van 2,7 procent ten opzichte van 2015. Die toename is eerder beperkt, wetende dat het totaal aantal zelfstandigen in 2016 met 2,2 procent toegenomen is en dat in 2014 en 2015 het aantal zelfstandigen onder de 30 er veel forser op vooruitging. Ook de toename van het aantal starters jonger dan 30 nam af na twee uitstekende jaren.

Voor NSZ is het duidelijk dat het ondernemerschap veel te weinig verjongt in ons land. Er zijn de laatste jaren nochtans maatregelen genomen, specifiek gericht op jonge ondernemers, zoals de tax shelter voor startende ondernemingen: iedereen die aandelen aankoopt in een startende onderneming kan, afhankelijk of het een investering betreft in een kmo of in een micro-onderneming, 30 of 45 procent van dat geïnvesteerde bedrag terugkrijgen via de belastingen. Die maatregel is erop gericht om eventuele financieringsproblemen bij de opstart weg te nemen. Een ander voorbeeld: eind januari keurde de Kamer unaniem een wetsontwerp van federaal minister voor Zelfstandigen en Kmo’s Denis Ducarme (MR) goed dat de minimumbijdrage voor starters verlaagt. Vandaag de dag moet een zelfstandige die zijn activiteit in hoofdberoep start een minimale kwartaalbijdrage betalen van 694 euro, ook al ligt zijn jaarinkomen lager dan 13.550,50 euro. Vanaf 1 april 2018 zal een startende hoofdberoeper tot 330 euro per kwartaal en dus 1320 euro per jaar kunnen besparen.

NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws: “Zulke maatregelen blijven natuurlijk nodig, maar tegelijk zullen we ook aan de basis moeten sleutelen. In ons land wordt er nog steeds te weinig aandacht geschonken aan ondernemerschap. Gevolg daarvan is dat onze ondernemingszin vrij beperkt is en dat men door de bank ook niet hoog oploopt met ondernemers. Dat tij zullen we moeten keren om ervoor te zorgen dat er in de toekomst nog voldoende ondernemers zijn in ons land.” Daarom pleit de ondernemersorganisatie om in de eerste plaats het onderwijs ondernemingsgezinder te maken en dat met een specifieke cursus die verplicht vanaf het eerste middelbaar tot in het laatste jaar van de hogere studies wordt gegeven. Naast het overbrengen van elementaire ondernemerskennis moet deze cursus vooral oog hebben voor de dagelijkse praktijk van ondernemers en stages. Verder moet het duaal leren veel algemener worden uitgerold en zwaar worden gepromoot.

deel dit