Begrotingsakkoord: mix van noodzakelijke en pijnlijke maatregelen

Begrotingsakkoord: mix van noodzakelijke en pijnlijke maatregelen

Het begrotingsakkoord dat de federale regering zonet voorstelde, bevat volgens NSZ op het eerste zicht enkele noodzakelijke, maar ook enkele pijnlijke maatregelen voor ondernemers en kmo’s. Zo juicht de ondernemersorganisatie het toe dat de vennootschapsbelasting zal aangepast worden in het voordeel van de kmo’s, dat er werk gemaakt zal worden van een officieel statuut voor student-ondernemers en dat door de aanslagen getroffen sectoren extra ondersteund zullen worden. Ernstige bedenkingen heeft NSZ bij de vervroegde ingang van een aantal accijnsverhogingen en de annualisering van de werktijd, maar vooral bij de onduidelijkheid die blijvend heerst over het actieplan arbeidsongeschiktheid. “Er kan geen sprake zijn om het gewaarborgd loon bij ziekte uit te breiden op kosten van de werkgevers”, benadrukt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

Uit een eerste analyse van het pas gesloten begrotingsakkoord door NSZ blijkt dat dit akkoord een aantal uitstekende, noodzakelijke aspecten bevat, zoals een hervorming van de vennootschapsbelasting. Die eis formuleerde de ondernemersorganisatie al langer. Het duaal systeem dat hierbij vaak naar voren wordt geschoven, namelijk het huidig systeem van 34 procent vennootschapsbelasting met aftrekposten of een lagere vennootschapsbelasting zonder, verandert op zich weinig aan de misbruiken die er nu al gemaakt worden door speciale constructies, zoals holdings of financieringsvehikels, die niets bijdragen tot onze economie, maar er enkel op uit zijn om de fiscaal meest gunstige optie te kiezen. Daarom vraagt NSZ dat er eerst schoon schip wordt gemaakt in allerhande gunstregimes om vervolgens de vrijgekomen middelen naar de kmo’s te laten terugvloeien door een verlaging van de vennootschapsbelasting  voor ondernemingen die bijdragen aan de economie van dit land. Dat is perfect mogelijk door te werken met een degressief tarief in de vennootschapsbelasting. Ondernemingen die dan wezenlijk bijdragen tot onze economie, zoals de meeste micro-ondernemingen en kmo’s in ons land, betalen dan procentueel minder vennootschapsbelasting.

Ook van het officieel statuut voor student-ondernemers was NSZ al langer fervent voorstander. Daarbij moeten de bestaande, sociale belemmeringen weg worden genomen, zodat studenten alle kansen krijgen om nog tijdens hun studies hun ondernemerschap ten volle te ontplooien. Zo mogen student-ondernemers vandaag de dag slechts 1423 euro per jaar verdienen (= de beroepsinkomsten die een zelfstandige in bijberoep mag hebben om geen sociale bijdragen te moeten betalen)  om geen sociale bijdragen te hoeven betalen, terwijl jobstudenten per jaar ruim 7350 euro mogen verdienen zonder sociale zekerheidsbijdragen te moeten betalen. Dat verschil moet worden weggewerkt in dat nieuw statuut.

Over de annualisering van de werktijd heeft NSZ daarentegen wel ernstige bedenkingen. Dat er zo op werkvlak meer flexibiliteit mogelijk wordt, is een goede zaak. Het laat werkgevers toe om hun werknemers tijdens drukke periodes meer te laten werken, maar er zal op moeten worden toegezien dat werknemers de beslissing om gedurende bepaalde periodes meer en minder te werken niet autonoom zelf nemen. Dat moet steeds in samenspraak met de werkgever gebeuren. Jammer vindt de ondernemersorganisatie dat het actieplan arbeidsongeschiktheid, waarbij langdurig zieken aangemoedigd worden om terug te keren naar de arbeidsmarkt, uitblinkt in vaagheid. NSZ staat volledig achter deze doelstelling, maar wil niet dat er aan het gewaarborgd loon wordt geraakt, een beleidspiste die in dit kader al geopperd werd. Tot slot vindt de ondernemersorganisatie het teleurstellend dat bepaalde accijnsverhogingen (tabak, diesel) vervroegd worden ingevoerd.

deel dit