Afrondingsregels nog steeds bijzonder weinig toegepast

Categorie Handel
Afrondingsregels nog steeds bijzonder weinig toegepast

Driekwart van de handelaars weet dat ze sinds 8 januari 2016 zowel cashbetalingen als kaartbetalingen mogen afronden tot het dichtstbije 0 of 5 eurocent. Toch doet slechts 10 procent van de handelaars dat, zo blijkt uit een enquête van NSZ bij 418 diverse handelszaken. Wel heeft 22 procent van de handelaars die nu nog niet afronden het voornemen om dat binnenkort wel te doen, zo blijkt verder. “Toch ligt ook dat aantal aan de lage kant”, vindt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. “Een gerichte sensibilisatiecampagne is nodig, want afronden is voordelig voor handelaar en consument, maar ook voor onze schatkist.”

Sinds 1 oktober 2014 mochten handelaars al contante betalingen afronden naar 0 of 5 eurocent. Wanneer de prijs eindigt op 1,2,6, of 7 eurocent wordt er dan naar beneden afgerond, in het voordeel van de consument, terwijl er naar boven wordt afgerond wanneer de prijs eindigt op 3,4,8 of 9 cent. Zo zal bij een prijs van 32,96 aan de kassa 32,95 euro gevraagd worden, terwijl bij een prijs van 32,99 aan de kassa 33 euro zou worden gevraagd. Sinds 8 januari van dit jaar gelden die afrondingsregels ook voor elektronische betalingen. Een goede en logische stap, aldus NSZ. Dat afronding nu geldt voor contante en elektronische betalingen verhoogt sowieso de duidelijkheid. Voor de  handelaar, maar ook voor de consument.

Toch blijft het aantal handelaars dat de afrondingsregels toepast bijzonder beperkt. Uit een enquête die NSZ afnam bij 418 handelaars blijkt dat slechts 10 procent afrondt tot het dichtstbije 0 of 5 eurocent. 90 procent van de handelaars rondt momenteel dus nog niet af en van die groep is ook maar 22 procent van plan om dat binnenkort wel te doen. Ook dat is weinig. Ruim driekwart van de winkels die nu niet afronden, is dat op termijn dus ook niet van plan: 38 procent daarvan omdat ze schrik hebben voor de reactie van de klant die ervan uitgaat dat een afronding in zijn nadeel is, 34 procent omdat ze geen problemen hebben met de ‘rosse’ muntjes van 1 en 2 eurocent en dus ook niet geloven in de noodzaak om bedragen af te ronden, 14 procent vanwege de kostprijs om de software in de kassa aan te passen en nog eens 14 procent omdat andere winkels die afrondingsregels ook niet toepassen.

NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws: “De afronding naar het dichtstbije 0 of 5 eurocent blijkt voorlopig een slag in het water en dat is jammer. Niet alleen omdat afronden het leven van de handelaar en de consument kan vergemakkelijken, maar ook omdat het de Belgische schatkist heel wat kost om op regelmatige tijdstippen muntjes van 1 en 2 eurocent bij te slaan. De muntjes slaan kost namelijk meer dan dat ze waard zijn. Volgens de Europese Commissie kosten deze 1 en 2 eurocenten respectievelijk gemiddeld 160 en 150 procent van hun nominale waarde in de eurozone.”

Handelaars die voor de afronding kiezen, moeten op een goed zichtbare manier onderstaand pictogram in kleur ophangen. Dat pictogram kunnen ze downloaden op de website van de FOD Economie, maar dat werd op anderhalf jaar tijd amper 538 keer gedaan, zo blijkt uit cijfers van de FOD Economie. Omdat NSZ blijft geloven in het nut van afronden, pleit ze voor een grote sensibilisatiecampagne die specifiek gericht is op alle handelaars, hen duidelijk uitlegt welke de voordelen van afronden zijn en hen automatisch zo’n pictogram bezorgt.

deel dit