Afronden naar 0 of 5 eurocent moet verplicht zijn voor contante én elektronische betalingen

Afronden naar 0 of 5 eurocent moet verplicht zijn voor contante én elektronische betalingen

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) heeft een voorstel klaar om winkels te verplichten af te ronden naar 0 of 5 eurocent bij cashbetalingen. Onvoldoende, vindt NSZ. Die afrondingsregels moeten ook verplicht worden voor elektronische betalingen, anders heeft dat weinig zin. Recent onderzoek van NSZ toonde aan dat 83 procent van de handelaars de afronding naar 0 of 5 eurocent wil verplichten, maar wel op voorwaarde dat het voor alle betalingen geldt. Dat heeft een dubbel voordeel: geen discussies meer met consumenten aan de kassa en minder rompslomp en kosten bij het ontvangen en teruggeven van de rosse munten van 1 en 2 eurocent. 

Sinds 8 januari 2016 gelden de afrondingsregels voor elektronische betalingen. Handelaars mogen (maar zijn dus niet verplicht) dan afronden naar 0 of 5 eurocent om de klant niet op te zadelen met de muntjes van 1 of 2 eurocent. Wanneer de prijs eindigt op 1,2,6, of 7 eurocent wordt er naar beneden afgerond, in het voordeel van de consument, terwijl er naar boven wordt afgerond wanneer de prijs eindigt op 3,4,8 of 9 cent. Die afrondingsregels bestonden al eerder, meer bepaald sinds 1 oktober 2014, voor contante betalingen. Nu wil minister Van Overtveldt die afronding verplichten, maar enkel voor contante betalingen. Dat zal helemaal niet volstaan en weinig succes kennen, want toen de afronding enkel bestond voor cashbetalingen werd ze amper toegepast.

Uit onderzoek van NSZ, waaraan begin dit jaar 657 handelaars deelnamen, blijkt dat vandaag de dag 29 procent van de kleinhandelaars die afrondingsregels toepast. Dat is toch al merkelijk meer dan één jaar geleden, toen 19 procent afrondde naar de dichtstbijzijnde 0 of 5 eurocent. Toch blijft het opvallend dat nog steeds 7 op de 10 handelaars niet afrondt. “Vaak is dat uit schrik dat klanten hier moeilijk zouden over doen en zouden kiezen voor een concurrent die de afrondingsregels niet toepast”, zegt Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ.

Het slaan van een muntje van 1 of 2 cent is ook duur: het kost bijna het dubbele van de nominale waarde van die muntjes. Zulke munten kosten de handelaar ook veel tijd aan de kassa. Bovendien hebben handelaars ook vaak een tekort dan wel een teveel aan wisselgeld. Daarvoor kunnen ze weliswaar bij de bank terecht, maar die rekent wel kosten aan wanneer muntjes worden binnengebracht.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat  83 procent van de kleinhandelaars gewonnen is voor de verplichte afronding naar de dichtstbijzijnde 0 of 5 eurocent op het kassaticket, maar dan zowel voor contante als voor elektronische betalingen. Dat maakt het meteen ook duidelijk voor alle consumenten, want dan wordt er overal afgerond en zijn discussies overbodig. 7 op de 10 handelaars stipt wel aan dat die verplichte afronding dan ook online moet gelden, zodat er geen verschillen zijn tussen online en fysieke winkels.

De afronding naar 0 of 5 eurocent verplichten voor cash- en elektronische betalingen biedt een win-win voor iedereen. Enerzijds voor de handelaar omdat elke winkel dan afrondt, anderzijds ook voor de consument die nu duidelijk weet waar hij aan toe is aan de kassa, maar ook voor de Belgische staat die ettelijke miljoenen kan besparen omdat de munten van 1 en 2 eurocent niet meer geslagen moeten worden.

deel dit