Aantal fiscale maatregelen uit zomerakkoord zetten rem op ambitieus ondernemerschap

Aantal fiscale maatregelen uit zomerakkoord zetten rem op ambitieus ondernemerschap

Een aantal fiscale maatregelen uit het zomerakkoord stuiten op onbegrip bij de cijferprofessionals. Zo verwerpt 91 procent van de boekhouders, accountants en revisoren de maatregel van de federale regering die bepaalt dat ondernemers na een belastingcontrole, waarbij bepaalde uitgaven worden verworpen, extra belastingen moeten betalen zelfs als het bedrijf in dat boekjaar geen winst maakt. Het feit dat de bedrijven de eerste keer vrijuit gaan, is onvoldoende, vinden de cijferberoepen. Dat blijkt uit onderzoek van ondernemersorganisatie NSZ en boekhoudersectorfederatie KVABB waaraan 858 cijferprofessionals deelnamen. Beide organisaties vinden het ook absurd dat een bedrijfsleider met meerdere vennootschappen in elke vennootschap de stevig opgetrokken minimumbezoldiging van 45.000 euro zou moeten betalen. “Daarmee rem je ambitieus ondernemerschap af”, vindt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. NSZ en KVABB stellen voor dat, van zodra de vennootschap kan aantonen dat de minimumbezoldiging al eenmaal is toegekend aan een bedrijfsleider, dat niet meer hoeft voor de andere verbonden vennootschappen.

Met het zomerakkoord zorgde de federale regering voor een verlaging van de vennootschapsbelasting. Voor kmo’s zal vanaf 2018 een tarief van 20 procent gelden op de eerste 100.000 euro winst en voor de winst daarboven een tarief van 29 procent (tussen 2018 en 2020) en van 25 procent vanaf 2020. NSZ en KVABB vinden deze belastingverlaging positief, maar ze was ook noodzakelijk voor de ondernemingen in ons land. Tegelijkertijd staan er een aantal andere fiscale maatregelen op stapel die gevoelig minder enthousiast onthaald worden door de cijferberoepen.

Zo wil de federale regering de verworpen uitgaven na een fiscale controle toch belasten, vanaf de tweede keer, zelfs wanneer die vennootschap die verworpen uitgaven kan neutraliseren met overdraagbare verliezen. Bij een eerste keer zouden vennootschappen respijt krijgen. 91 procent van de cijferprofessionals vindt dat het om een slechte maatregel gaat, zo geeft onderzoek van NSZ en KVABB aan. Een ruime meerderheid (74 procent meer bepaald) vindt dat de fiscus die regel om verworpen uitgaven toch te belasten zelfs wanneer de vennootschap verlies maakt enkel mag toepassen als de fiscus de kwade trouw kan bewijzen. Nu zijn de belastingplichtigen te veel overgeleverd aan de willekeur van de controleurs en worden uitgaven verworpen terwijl de belastingplichtige of diens boekhouder reëel denkt dat het wel om een aftrekbare uitgave gaat.

Een ander gevolg van het zomerakkoord was het optrekken van de minimumbezoldiging van de bedrijfsleider van 36.000 naar 45.000 euro. Wanneer iemand bedrijfsleider is in meerdere vennootschappen dikt die som sterk aan, want elke vennootschap moet 45.000 uitkeren aan tenminste één bedrijfsleider.  “Dat zorgt voor een rem op ondernemers die gedreven en ambitieus verschillende ondernemingen willen opstarten en dus zorgen voor welvaart en welzijn in ons land”, zegt Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ. Daarom stellen NSZ en KVABB voor dat een vennootschap die de minimumbezoldiging aan een bedrijfsleider heeft betaald in één vennootschap hiervan vrijgesteld wordt in al zijn andere verbonden vennootschappen. Uit het onderzoek blijkt dat 78 procent van de cijferprofessionals hiervoor gewonnen is.

deel dit