Aantal deeltijdse werknemers met ruim een kwart toegenomen op 10 jaar tijd

Categorie Werk
Aantal deeltijdse werknemers met ruim een kwart toegenomen op 10 jaar tijd

Steeds meer werknemers in de privésector zijn deeltijds aan de slag en steeds minder werknemers voltijds. Op tien jaar tijd is het aantal deeltijds werkenden in de privé met 28 procent toegenomen, terwijl voltijdse tewerkstelling er tijdens diezelfde periode slechts met 1,7 procent op vooruitging. “Wat wil je, als fulltime werken eigenlijk fiscaal wordt afgestraft”, zegt Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ. “Wie halftijds aan de slag gaat, zal zijn loon nooit door twee gedeeld zien worden. Meer nog, hij zal een pak meer dan de helft van zijn voltijds loon overhouden omdat hij in een lagere belastingschaal terecht komt.” Een fout signaal, vindt de ondernemersorganisatie, zeker wanneer we binnenkort heel wat babyboomers zullen moeten vervangen op de arbeidsmarkt.

Eind 2015 waren er in ons land 1.722.086 voltijdse werknemers aan de slag en 883.694 deeltijdse werknemers. Op 1 jaar tijd nam het aantal fulltimers toe met 0,4 procent, terwijl het aantal parttimers steeg met 0,9 procent, zo blijkt uit een analyse van NSZ op basis van gegevens van de RSZ. De toename van het aantal deeltijdse werknemers tussen 2005 en 2015 is zelfs ronduit spectaculair: hun aantal nam met maar liefst 28 procent toe. Ter vergelijking: het aantal fulltimers nam tijdens diezelfde periode met slechts 1,7 procent toe.

Conclusie: steeds meer werknemers werken deeltijds, waarvan ongeveer de helft tussen 66 en 95 procent en ruim één derde tussen 46 en 65 procent. Steeds meer werknemers kiezen er zelf voor om de teugels wat te vieren en niet langer voltijds aan de slag te gaan. De meest courante reden daarvoor is dat ze meer tijd willen kunnen doorbrengen met hun kinderen of kleinkinderen. Voor micro-ondernemingen en kmo’s kan deeltijdse arbeid wel belastend zijn voor de goede werking van de onderneming, want voor hen is het verre van evident om iemand te vinden die één of twee dagen per week wil inspringen. Toch kan NSZ wel begrip opbrengen voor wie bewust kiest voor deeltijdse arbeid eerder dan voor een werknemer die via een wirwar aan thematische verloven ook een hele poos deeltijds aan de slag gaat, maar daarvoor wel een uitkering opstrijkt. Dat is bij deeltijdse arbeid niet het geval.

De ondernemersorganisatie plaatst wel een belangrijke kanttekening bij die stevige opmars van deeltijdse tewerkstelling. De omvangrijke generatie babyboomers is binnen dit en een aantal jaar immers volledig van de arbeidsmarkt verdwenen en evenveel vervangers dienen zich niet aan. Aan voltijdse jobaanbiedingen zal er dan geen gebrek zijn, maar tegelijkertijd wordt fulltime werken nu fiscaal afgestraft. Wie immers voltijds werkt, heeft doorgaans een hoger loon dan iemand die deeltijds aan de slag is. Dat is logisch, maar daardoor komt die fulltimer wel in een hogere belastingschaal terecht en zal dus proportioneel meer belastingen moeten betalen. Wie daarentegen minder werkt, verdient minder, maar ziet meteen ook de gemiddelde belastingdruk dalen.  Door het progressief belastingstelsel zal iemand die minder werkt en dus minder verdient in lagere belastingschijven terecht komen dan de 45 of 50 procent (exclusief gemeentetaksen) die vaak van toepassing is voor wie voltijds werkt. Gevolg daarvan is dat iemand die er bewust voor kiest om minder te gaan werken eigenlijk meer overhoudt dan het aandeel werktijd dat hij inlevert. Berekeningen leren dat iemand die halftijds (dus 50 procent) werkt toch 62 procent van het voltijds nettoloon overhoudt.

NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws: “Indien we arbeid in onze samenleving echt willen belonen, moet wie voltijds werkt meer fiscaal gestimuleerd worden. De federale regering beloofde om werk te maken van een grondige belastinghervorming. Dan moet ze in één beweging de personenbelasting mee hervormen zodat een inkomen uit voltijdse arbeid niet zo zwaar belast wordt.”

deel dit