Aantal aanvragen vrijstelling sociale bijdragen op laagste niveau in 10 jaar

Categorie Sociaal
Aantal aanvragen vrijstelling sociale bijdragen op laagste niveau in 10 jaar

14.548 zelfstandigen vroegen vorig jaar een vrijstelling van betaling van hun sociale bijdragen aan. Dat zijn er 12 procent minder dan in 2015 en maar liefst 46 procent minder dan vijf jaar eerder in 2011, zo blijkt uit een analyse van NSZ op basis van cijfers van de FOD Sociale Zekerheid. Dat heeft volgens NSZ in hoofdzaak te maken de nieuwe berekeningswijze van de sociale bijdragen die sinds 2015 gehanteerd wordt. Sinds 2015 betalen zelfstandigen een voorlopige bijdrage berekend op hun beroepsinkomen van drie jaar voordien. Deze bijdrage kan verhoogd of verlaagd worden waardoor deze beter afgestemd wordt op het werkelijke inkomen. “Daarnaast zorgt de verbeterde economische conjunctuur er ook voor dat minder zelfstandigen zich genoodzaakt zien om zo’n vrijstelling aan te vragen”, zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

De afgelopen tien jaar dienden de zelfstandigen nog nooit zo weinig aanvragen in om een vrijstelling voor het betalen van hun sociale bijdragen te bekomen dan vorig jaar. In 2016 dienden slechts 14.548 zelfstandigen zo’n aanvraag in, 12 procent minder dan in 2015 en zo maar even 52 procent minder dan in het ‘topjaar’ 2010, toen de financieel-economische crisis in alle hevigheid woedde.

In 2016 werden er in totaal 18.805 beslissingen genomen door de Commissie Vrijstellingen: 5474 zelfstandigen (29 procent) werden volledig vrijgesteld, 6505 gedeeltelijk vrijgesteld (34 procent) en 2600 geweigerd (14 procent). Verder werden 857 aanvragen (5 procent) onontvankelijk verklaard en waren er 3369 aanvragen (18 procent) zonder volledig dossier.

NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws: “Wie denkt dat het sterk aantal dalende vrijstellingsaanvragen, wil zeggen dat het opeens stukken beter gaat met alle zelfstandigen, is fout. Uiteraard speelt de verbeterde economische situatie mee om het dalend aantal vrijstellingsaanvragen voor het betalen van sociale bijdragen te verklaren, maar in hoofdzaak is die ommekeer, die er sinds 2015 is, te wijten aan de nieuwe berekeningswijze die sinds dat jaar gebruikt wordt voor de sociale bijdragen.”

Tot eind 2014 moesten zelfstandigen sociale bijdragen betalen op basis van hun inkomsten van drie jaar geleden. Het spreekt voor zich dat hun bijdragen vaak niet afgestemd waren op de economische realiteit. Op drie jaar tijd kan er immers veel veranderen. Sinds 2015 betalen zelfstandigen een voorlopige bijdrage die weliswaar ook berekend is op hun beroepsinkomen van drie jaar voordien, maar die verhoogd kan worden bij hogere inkomsten en verlaagd bij lagere inkomsten. In dat laatste geval moeten de lagere inkomsten wel aangetoond kunnen worden.

deel dit