7 procent minder foorkramers op 5 jaar tijd

Categorie Sectoren
7 procent minder foorkramers op 5 jaar tijd

Het kermissenseizoen is weer volop losgebarsten en dat tot en met dit najaar. Ondertussen blijft het aantal foorkramers wel afnemen: de afgelopen vijf jaar met 7 procent. De ‘forains’ worden dan ook met een aantal problemen geconfronteerd, zoals de decentralisatie van kermissen, de toenemende verzuring bij omwonenden, de steeds kortere tijd die ze krijgen om hun attractie op te bouwen en sinds kort ook de kilometertaks.

Het aantal foorkramers is ook de afgelopen jaren stevig afgenomen, zo blijkt uit een analyse van NSZ op basis van cijfers van de FOD Economie. Eind 2009 waren er nog 1046 foorkramers in ons land, eind 2014 was dat aantal geslonken tot 977. Op vijf jaar tijd nam het aantal foorkramers met andere woorden af met 7 procent. Gevolg daarvan is dat in een aantal gemeenten kermissen worden afgelast of stevig gereduceerd omdat er nog onvoldoende ‘forains’ zijn. “Vroeger gingen mensen meer naar de kermis”, weet NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. “Nu zijn er tal van alternatieven en wordt er geld besteed aan een pak andere zaken die 10 à 20 jaar geleden nog niet eens bestonden.”

Bovendien maken steeds meer lokale besturen het leven van de foorkramers zuur. NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws: “Wanneer lokale besturen ervoor kiezen om hun plein of markten heraan te leggen, kiezen ze volop voor zitbanken, perkjes, bloembakken en dergelijke. Ergens is dat te begrijpen, maar het begint problematisch te worden wanneer er voor kramen of attracties dan geen plaats meer is. Gevolg daarvan is dat kermissen moeten uitwijken naar de rand van de stad of gemeente. Het centrumgevoel dat er vroeger was, verdwijnt zo. Een perifere ligging zorgt ook voor minder toevallige passanten. Op termijn evolueren we zo naar avondkermissen.” De toenemende decentralisatie is ook het gevolg van de oprukkende verzuring bij omwonenden: klagen over overlast is schering en inslag geworden. Door sterk in te zetten op randanimatie, evenementen en beleving, zoals nu gebeurt tijdens de sinksenfoor die nu zaterdag begint in Antwerpen, kunnen de negatieve effecten van die decentralisatie wel voor een stuk worden weggenomen.

Heel wat foorkramers ergeren zich ook aan het feit dat ze nu veel minder tijd krijgen om stand of kraam op te bouwen. Voor een kermis die start op zaterdag, mogen ze nu vaak pas op donderdag of vrijdag opbouwen, waardoor ze vaak non-stop moeten doorwerken. Tot slot vormt ook de kilometerheffing sinds kort een doorn in het oog van de foorkramers. Die taks moeten ze zowel in Vlaanderen, Wallonië als Brussel betalen, maar in Wallonië komt er speciaal voor de ‘forains’ een compensatiemaatregel en gaan de gemeentelijke taksen voor een standplaats met 20 procent afnemen. Dat besliste Waals minister-president Paul Magnette begin april. “Ook in Brussel en Vlaanderen zou zo’n signaal gepast zijn”, besluit Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ. “We mogen immers niet vergeten dat foorkramers voor extra inkomsten zorgen in steden en gemeenten. Dat mag gerust gewaardeerd worden.”

deel dit