4 concrete maatregelen om het vrouwelijk ondernemerschap te stimuleren

4 concrete maatregelen om het vrouwelijk ondernemerschap te stimuleren

Het aandeel vrouwelijke ondernemers is de afgelopen tien jaar grotendeels stabiel gebleven. 34 procent van alle zelfstandigen in ons land is een vrouw, maar dat kan volgens NSZ stukken beter. Uit onderzoek dat NSZ op vraag van federaal minister van Zelfstandigen en Kmo’s Willy Borsus (MR) afnam bij 759 vrouwelijke zelfstandigen blijkt dat 51 procent het moeilijk heeft om het privéleven te combineren met hun professioneel leven. Daarom stelt de ondernemersorganisatie vier maatregelen voor om daar verandering in te brengen: een wettelijk systeem dat gepensioneerden en studenten toelaat om onderneemsters te helpen in het gezin, de uitbreiding van het moederschapsverlof tot 13 weken, een vrijstelling van betaling van sociale bijdragen voor zelfstandigen in moederschapsverlof en de automatische toekenning van de 105 dienstencheques waar ze recht op hebben eens ze bevallen zijn. “Deze maatregelen zullen ervoor zorgen dat jonge vrouwen met een geruster hart voor het ondernemerschap zullen kiezen”, zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

Aan het einde van het derde kwartaal van 2015 waren er in ons land 352.884 vrouwelijke zelfstandigen actief, goed voor 34,4 procent van alle zelfstandigen, zo geven RSVZ-cijfers aan. Hun aandeel is daarmee de afgelopen tien jaar amper toegenomen: in 2004 bedroeg dat aandeel immers 33,6 procent. Bovendien zijn er bij de vrouwen 91.073 zelfstandigen in bijberoep: ruim een kwart van alle vrouwelijke zelfstandigen (26 procent meer bepaald) is met andere woorden ondernemer, maar niet in hoofdberoep. Ter vergelijking: bij de mannelijke zelfstandigen zijn er slechts 21,5 procent bijberoepers.

NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws: “Indien we meer vrouwelijke ondernemers willen in ons land bestaat de oplossing erin om het sociaal statuut te versterken en vrouwvriendelijker te maken. Vrouwelijke werknemers kunnen van tal van voordelen genieten, gaande van 15 weken moederschapsverlof, 4 maanden ouderschapsverlof, tijdskrediet of de mogelijkheid om deeltijds te werken. In het zelfstandigenstatuut vind je die voordelen niet, waardoor het voor veel vrouwen niet evident is om als zelfstandige aan de slag te gaan.”

Toch is NSZ ervan overtuigd dat veel meer vrouwen de stap naar het ondernemerschap zullen zetten indien er een aantal maatregelen worden gerealiseerd. Ten eerste moet er een wettelijk systeem komen dat gepensioneerden en studenten toelaat om vrouwelijke ondernemers te helpen met de kinderen en de gezinstaken. Op die manier wordt er een wettelijk circuit gecreëerd dat zulke helpers toelaat om in alle legaliteit een vergoeding te krijgen. De ondernemersorganisatie wil dat elke vrouwelijke zelfstandige een krediet van 500 uren per jaar kan opnemen om zich op privévlak te laten bijstaan. De inkomsten van de helpende senioren of studenten moeten geplafonneerd worden op 6000 euro bruto per jaar (vrijgesteld van sociale bijdragen), kwestie van geen oneerlijke concurrentie te creëren ten opzichte van de reguliere economie.

Een tweede maatregel die NSZ voorstelt, is om het moederschapsverlof op te trekken van de huidige 8 naar 13 weken. De drie verplichte weken moederschapsrust blijven zoals ze nu zijn, maar de 10 extra weken, die optioneel zijn, moeten opgenomen kunnen worden zoals bij tijdskrediet: volledig, halftijds of in 1/5de, waarbij de zelfstandige gedurende vier dagen per week werkt gedurende een klein jaar. Daarbovenop krijgen vrouwelijke zelfstandigen nu 105 dienstencheques van 9 euro voor huishoudelijke hulp. Het totaalbedrag van die cheques bedraagt 945 euro, wat overeenkomst met twee weken moederschapsverlof bij werkneemsters, die 15 weken moederschapsverlof hebben, maar geen dienstencheques krijgen. Daaraan gekoppeld pleit de ondernemersorganisatie voor de automatische toekenning van die 105 dienstencheques. Nu moeten vrouwelijke zelfstandigen die cheques aanvragen, terwijl ze er sowieso recht op hebben.  Een automatische toekenning zou in ieder geval een belangrijke administratieve vereenvoudiging zijn.

Tot slot raadt NSZ minister Borsus ook nog aan om een vrouwelijke zelfstandige die haar activiteit moet onderbreken als gevolg van haar bevalling vrij te stellen van het betalen van sociale bijdragen. Een zelfstandige met moederschapsverlof krijgt nu een uitkering van 449,32 euro per week, maar moet wel nog steeds sociale bijdragen betalen (minimum 666,80 euro per kwartaal). Tegelijkertijd moet ze, ondanks die vrijstelling tijdens het moederschapsverlof, wel sociale rechten blijven opbouwen. “Die aanpassingen zullen meer (jonge) vrouwen aanzetten om als ondernemer aan de slag te gaan”, besluit NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. “We vragen dan ook aan minister Borsus om hier zo snel mogelijk werk van te maken.”

Federaal minister Willy Borsus: “Ik wil de ondernemersgeest ondersteunen en versterken, want die is nog te zwak in ons land, maar ik wil ook bestaande barrières bij het vrouwelijk ondernemerschap wegnemen en de samenleving kracht bijzetten. Nieuwe maatregelen zijn onontbeerlijk, ondanks de soms moeilijke budgettaire context, indien we willen groeien en kmo’s en vrouwelijke ondernemers een aantrekkelijker, reglementair kader willen bieden. Het vrouwelijk ondernemerschap waarderen en vrouwen overtuigen dat een carrière als zelfstandige en onderneemster een positieve en waardevolle keuze is, maakt deel uit van mijn prioriteiten. Daarom zal ik de komende weken een plan ter promotie van het vrouwelijk ondernemerschap met een aantal concrete steunmaatregelen voorstellen.”

deel dit