122 knelpuntberoepen waar vakbekwaamheid tekort schiet en toch stagneert aantal IBO-contracten

Tags
Categorie Werk
122 knelpuntberoepen waar vakbekwaamheid tekort schiet en toch stagneert aantal IBO-contracten

Het aantal werkzoekenden dat kiest voor een individuele beroepsopleiding (IBO) stagneert de laatste jaren. Dat blijkt uit een analyse van NSZ op basis van cijfers van de VDAB. In 2017 opteerden 15.253 werkzoekenden voor een IBO en daarmee ligt het aantal in dezelfde lijn als in 2016 en 2015. Kmo’s smeken nochtans om vakmensen. Bovendien heeft ,volgens de VDAB, 44,5 procent van de werkzoekenden geen diploma secundair onderwijs. Door een opleiding op de werkvloer, aangevuld met een opleiding door VDAB, kunnen werkzoekenden succesvol ingeschakeld worden in het arbeidsproces.  Het grote probleem is dat IBO nog te weinig gekend is, zegt NSZ. Vandaar dat NSZ met plezier de actie van vandaag van de VDAB  ondersteunt. Tijdens de actie gaat VDAB samen met haar partners, waaronder NSZ, de straat op om 20.000 werkgevers te overtuigen van het nut van IBO. “IBO is voordelig voor de werkgever die op een financieel aantrekkelijk manier een arbeidskracht kan inschakelen op de werkvloer. Bovendien is het interessant voor de werkzoekenden die de opleiding kunnen gebruiken als springplank naar een vaste job. Een win-win situatie voor alle partijen”, zegt Christine Mattheeuws, voorzitter van NSZ.

Met een individuele beroepsopleiding, kortweg IBO, kan een werkzoekende gedurende één tot zes maanden in een bedrijf zelf een opleiding krijgen. Tijdens die opleiding ontvangt hij een inkomen dat een normaal loon benadert. Hij behoudt immers zijn werkloosheidsuitkering en krijgt er van de werkgever een productiviteitspremie bovenop. De hoogte van die premie is afhankelijk van de uitkering. Op die manier heeft de IBO-medewerker een inkomen dat ongeveer gelijk is aan het loon dat hij zou verdienen met een gewone arbeidsovereenkomst. Ook voor werkgevers is een IBO nuttig. De werkgever moet tijdens de opleidingsperiode geen loon betalen, enkel de premie. Dat maakt het voor hem qua loonkost voordelig.

De laatste jaren, zeker in vergelijking met de jaren daarvoor stagneert, het aantal IBO contracten, zo blijkt uit een analyse van NSZ op basis van cijfers van de VDAB. In 2017 kozen 15.253 werkzoekenden voor een IBO, terwijl dit twee jaar daarvoor, in 2015, maar iets lager was ( 15.113).

 

Kmo’s smeken nochtans om vakmensen. Bovendien heeft 44,5 procent van de werkzoekenden geen diploma secundair onderwijs. NSZ gelooft in een samenwerkingsverhaal tussen de werkgever en de VDAB. Nu denken heel wat werkgevers dat zij alles zullen moeten aanleren en daarvoor geen tijd hebben. Anderzijds zijn er een pak werkgevers die op zoek zijn naar een IBO-er, maar er geen vinden. Zo blijken 122 van de 158 knelpuntberoepen gekwalificeerd te zijn met ‘kwalitatieve’ oorzaak. Er is sprake van een kwalitatieve oorzaak van een knelpuntberoep wanneer de oorzaak van het tekort aan beroepskrachten te wijten is aan vakbekwaamheid of ervaring en specifieke kennis. Vooral in sectoren als de bouw, de horeca en industriële beroepen zoals garagisten, is dit het geval.
Werkgevers en VDAB moeten op dat vlak nog meer samenwerken. VDAB heeft  heel wat opleidingen die een mooie aanvulling zijn op hetgeen geleerd wordt op de werkvloer. Door een opleiding op de werkvloer, aangevuld met een opleiding door VDAB kunnen bijvoorbeeld laaggeschoolde werkzoekenden succesvol ingeschakeld worden in het arbeidsproces, zegt NSZ. Zo kan bijvoorbeeld iemand in de bouw het laswerk leren op de werkvloer en kan dit aangevuld worden door een opleiding planlezen bij de VDAB. Op die manier zal volgens NSZ ook de groeiende lijst aan knelpuntberoepen kunnen inkrimpen.

Aangezien bovendien blijkt dat 93 procent van de IBO-ers terecht komen in bedrijven met minder dan 50 werknemers is nog een betere omkadering en begeleiding van de VDAB op zijn plaats. Heel wat kmo’s worstelen met de administratieve formaliteiten. Bovendien wordt één vijfde van de IBO’s ongunstig afgesloten. De voornaamste reden hiervoor is dat de werkgever tijdens de IBO vaststelt dat de cursist niet geschikt is voor de voorziene vacature. Ook hier meent NSZ dat door een betere omkadering en de aanvulling van opleidingen door de VDAB het aantal succesvolle IBO’s zal stijgen.

Het grote probleem is dat IBO nog te weinig gekend is en werkgevers niet voldoende weten hoe VDAB mee de werkzoekende kan ondersteunen, zegt NSZ. Een actievere promotie van deze maatregel door de VDAB met de werkgeversorganisaties dringt zich op, zegt NSZ

Vandaag trekken de VDAB en haar partners, waaronder NSZ, voor de vijfde keer de straat op met één missie: méér dan 20.000 bedrijven overtuigen van het nut vaneen individuele beroepsopleiding (IBO). “Wij zijn grote voorstander van IBO en dragen, als vanzelfsprekend, graag ons steentje bij vandaag. In de toekomst moet IBO van ons nog meer doorgedreven gepromoot worden”, besluit NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws.

 

deel dit